Marcel Proust; depressie; quo vadis; het Evangelie; the call of death

Als je het rekenen eenmaal onder de knie krijgt in dit leven, dan wordt het een stuk gemakkelijker. Dat probeer ik te beschrijven in de vorige stukjes. Ik schrijft daarin ook steeds dat het Evangelie oproept om te rekenen. Het begint met het verhaal van de zondeval. Eerst staat er dan reken (!) erop dat je van deze boom niet moet eten; dat is een uitnodiging om beter te rekenen. En dan krijg je een waarschuwing dat als jij in kletspraatjes trapt, dat je dan ernstige gevolgen tegemoet kan zien.

Een nuttige opdracht: meer rekenen, en minder kletsen. Als jij kan rekenen kan je rekening houden met andere mensen; dan kan je ook rekening houden met gevaren en die vermijden. Je kan rekening houden dat je op tijd op je afspraken komt, zodat je geen kansen mist. Je kan erop rekenen dat deze werkelijkheid niet zomaar dom in elkaar zit; dat lijkt wel zo, maar de werkelijkheid bestaat uit potentiele energie; en die heeft de potentie om intelligente signalen van jou op te pikken; en om te zetten in verbetering van het scenario van jouw leven, een ingebouwde bijzondere protectie. Je kan rekenen op de Heere als de “driver” van deze potentiele energie. Maar wat als jij bijvoorbeeld Marcel Proust heet, en jij kent dit niet? Hoe gaat dit dan invloed uitoefenen op jouw levensloop?

Het Evangelie is een fact of life; maar ook een must

Het is, en ik denk zeker voor mensen met een scherp verstand, zelfs een must als jij dit ontdekt, anders is het bestaan deprimerend en dat kan ook flinke gevolgen hebben.

Dat kan je zien in het leven van Marcel Proust, de beroemde Franse schrijver, bekend van zijn roman A La Recherche du Temps Perdu; op zoek naar de verloren tijd.

Als jij niet zo scherp rekent, dan denk je: oke dat is een heel beroemde roman, drieduizend pagina’s, zeer gedetailleerd, zeer fraaie beschrijvingen van mensen, natuur, Parijs, in drie woorden: fantastisch.

Maar als jij gaat rekenen, kan jij bij Proust tot een heel andere rekensom komen. Deze man laat allereerst al in de eerste helft van zijn leven opmerkelijk gedrag zien. Ik noem dat “twisted logics”. Zo droeg hij bijvoorbeeld in de zomer een winterjas: dat is andersom.

Dat opmerkelijke gedrag schijnt in de tweede helft van zijn leven alleen maar te zijn toegenomen. Zo had hij last van allergie voor stof, maar hij liet het liefst alle ramen dicht, zodat er geen frisse lucht naar binnen kon komen: vreemd, dat had hij juist wel nodig. En hij ging niet meer naar buiten. Hij woonde in Parijs, een van de mooitste steden zo niet de mooiste stad ter wereld, maar hij zat continu binnen. En hij ontving geen mensen meer, behalve een enkele vriend, de componist Reynaldo Hahn.

Dat is allemaal een beetje vreemd. Mensen zijn dan van de snelle verklaringen “ach beroemde schrijvers zijn allemaal een beetje gek”, “hoort erbij”. Ze noemen dat alsof het gaat om “colletoral damage”.

Maar zo eenvoudig is dat niet, dat soort verklaringen zijn “talige” verklaringen, even een paar woorden verzinnen “hoort erbij”, “gewoon pech dan” en je hoeft er verder niet meer over na te denken. Bij deze mensen is altijd alles toeval. Maar als jij gaat rekenen, dan kan jij gaan uitrekenen wat de oorzaak is van dit rare gedrag, en dat zijn vaak mathematisch preciese verklaringen; niks geen “pech dan”.

De oorzaak is dat Proust niet in het Evangelie gelooft, en dus ook niet bijvoorbeeld in wedergeboorte. En dat is lastig, zeker voor een hoogintelligent en gevoelvol persoon als hij. Dat roept gevoelens van onmacht op, en is deprimerend. En dan draait de medaille de andere kant op, en durf je niet meer te leven, vanuit wat ik hierboven benoem als het gevoel van protectie dat jij kan krijgen. Maar dan moet je je verzetten tegen het leven.

Dan kan je bijvoorbeeld in de zomer de winterjas aanhouden. Als jij in de zomer zou uitgaan, en zeker in Parijs, en als jij je zomers zou kleden, dan zou je zomaar de suggestie kunnen krijgen dat het leven goed is; maar Proust gaat zich verzetten tegen het leven. Dan kan jij een winterjas aantrekken, dat geeft de suggestie dat het leven niet leuk is, ook al ziet het er goed uit.

De volgende stap is dan om maar gewoon niet meer naar buiten te gaan: opgelost. Je moet natuurlijk je tijd wel vullen, dus dan kan jij een heel lange roman gaan schrijven, waarin jij je met alle macht vastklampt aan het verleden. Die toekomst is voor hem heel eng, want als jij niet in het Evangelie gelooft, dan is dat de eeuwige dood; en Proust verandert in iemand die dreigt af te glijden van de glijbaan, maar zich dan met alle macht vastklampt aan de railing, dat wil zeggen aan het verleden, omdat hij bang is dat hij als hij naar beneden glijdt dood gaat en dat er dan niets meer is. Uiteindelijk schrijft hij drieduizend pagina’s vol waarin hij het verleden uit alle macht probeert op te roepen, die drieduizend pagina’s geeft hem kennelijk voldoende tegenwicht; maar wel om vervolgens te sterven natuurlijk, wat had hij dan anders gedacht?

Dus we hebben te maken met een man die zich in drieduizend pagina’s vastklampt aan het verleden, uit angst voor de dood. Hij verandert, om met Genesis 9 te spreken, in een “zoutpilaar” die alsmaar terugkijkt naar het verleden (Lot die terugkijkt op Sodom en Gomorra)

Zo heet trouwens ook een van de delen van A la Recherche du Temps Perdu: Sodom en Gomorra. Proust is van origine homoseksueel. Hij heeft daar afstand van genomen, maar blijft er wel naar terugkijken, hij komt niet tot iets nieuws.

A call of death

Er zit nog iets heel interessants in deze boeken; maar ook vrij eng. Ik noem dit in het artikel van gisteren een “call of death”. Er lijkt iets in deze werkelijkheid te bestaan, dat erop neerkomt, dat als jij gaat sterven, dan krijg je daartoe een oproep, een signaal van het type “maak je klaar”. Daarvan was ik mij aanvankelijk niet bewust, maar ik realiseer mij dat ik het heb gezien bij mijn eigen vader.

Dat was op een zaterdagmiddag. Zo rond 15.45 uur moest hij nog opeens naar de winkel doosje sigaren halen. Dat was op zichzelf nog niet zo bijzonder, maar de blik waarmee hij dat zij, was volkomen onwezenloos. Als ik eraan terugdenk, was het een blik van het type “zij die gaan sterven groeten u”.

Hij zei “ik moet gaan”, “doosje sigaren halen”. Maar als jij goed rekent, dan kan jij bijna gedachten van mensen lezen; dus ik merkte die wezenloze blik, en dat “ik moet gaan”, klonk meer in de trant “ik ga eraan”. Misschien dat hij dat zelf niet in de gaten had, misschien dat hij in zijn innerste had gehoord “ik moet gaan”, en heeft dat een echo achtergelaten waar hij dan maar aan heeft toegevoegd “waar zou ik eens verzinnen om naartoe te gaan”, “ach waarom niet sigaren halen”. Maar ik was zo getriggerd door die rare blik in zijn ogen, dat ik per se mee wilde naar de winkel. Dat is ook gebeurd, en we waren nog maar net onderweg of hij stierf.

Mensen zijn niet van het rekenen, en als jij niet rekent, dan wordt het rekenen gokken. Dus dan zeggen ze “dat was zeker toeval”, “zeker pech dat hij zo vroeg stierf”, “dat hoort bij het leven”, “collateral damage”. Maar ik ben meer van het rekenen, en ik reken met wetmatigheden.

Ik stel dan vast dat mijn vader niets deed met het Evangelie. Terwijl hij wel een grenzeloos nieuwsgierig kind had. Dan reken ik erop dat hij een paar jaar krijgt om dat te herstellen, maar maakt hij geen gebruik van die mogelijkheid, dan is het “three strikes is out”.

Wat ik mij niet realiseerde is dat in de romans van Proust ook van die rare momenten zitten die je als zodanig kan opvatten. In de romans is Proust doorgaans op alle mogelijke manieren zich aan het verzetten tegen het leven; op allerlei onlogische manieren. Maar er zitten bepaalde scenes in de romans die afwijken, daarin wordt hij als het ware even “weer op scherp gezet”.

Zo is er een bekende scene genaamd “de drie bomen van Hudimesnil”. Hij zit dan in een rijtuig, en ze komen langs een oprijlaan van een landhuis, en daar staan drie bomen voor. Een tweede scene heet “de twee kerktorens van Martinville en een derde klokketoren, die van Vieuxvicq”. In die scene zit Marcel weer in een rijtuig, en komt hij daar langs.

Dit zijn als het ware waarschuwing aan Proust van het type: let op, behalve die drieduizend pagina’s kletspraat van jou, zijn er ook zoiets als drie kernwaarden in deze werkelijkheid. Dat zijn goedheid, waarheid en schoonheid. De twee kerktorens van Martinville staan voor de kernwaarden goedheid en waarheid, en de derde klokketoren van Vieuxvicq staat voor de kernwaarde schoonheid, die komt er altijd net iets later achteraan; deze kernwaarden zijn belangrijk.

Het wil zeggen, als jij dat zou doorrekenen: let op Marcel, deze werkelijkheid bestaat uit weken van zeven dagen; dat is zeven keer 10% is 70%. Daarvoor is ons energie gegeven te leven.

Maar als jij zoveel extra denkkracht hebt, kan jij die aanwenden voor het incorporeren van die kernwaarden in jouw leven, met een waarde van eveneens 10% elk; en dan kan jij drie keer 10% is 30% energie bijtanken; kom je samen uit op 70 + 30% = 100% “volwaardig mens-zijn”.

Hierbij is de 30% extra energie aan te merken als “de dood overstijgende energie”; die kan jij incorporeren, en volgens de wet van behoud van energie gaat die energie niet verloren, die komt elders weer terug; hierdoor kan jij wedergeboren worden.

Dat is een rekensom waar Marcel niet aan had gedacht, want deze kan je vinden, als jij het Evangelie diepgaand bestudeert. Ik heb dat beschreven op dit blog in het artikel “Analyse Evangelie”.

Voor Marcel Proust gaan deze drie kernwaarden, die steeds aan een weg staan waar hij langskomt, echter een andere functie krijgen. Marcel is steeds behoorlijk van slag als hij langs die bomen, en later langs die kerktorens komt. Het zijn drie ijkpunten en die hem even weer bepalen bij het leven. Het zijn in feite de drie bomen die zeggen: Marcel, eigenwijze kluns, zit nu niet drieduizend pagina’s vol te schrijven waarin jij je tegen het leven verzet; wij zijn drie eenvoudige kernwaarden die jij in het leven kan incorporeren en dan wordt het fun; dan hoef jij niet meer bang te zijn voor het leven en kan jij weer naar buiten gaan, zonder winterjas, in het park lopen; jij moet je dan ook niet zo verzetten tegen vrouwen, jouw homoseksualiteit is ook een soort intern verzet tegen het leven, je zult zien als jij je verzet tegen het leven opgeeft, dan verdwijnt de homoseksualiteit ook vanzelf, en kan jij zomaar heteroseksueel worden; een mirakel waar jij geen rekening mee houdt, maar jij rekent dan ook niet.

Maar hij doet daar verder niets mee, behalve het beschrijven in heel veel woorden. Hij gaat niet rekenen in de trant zoals hierboven. En dan kan het een beetje vervelend worden, dan kan de medaille zich omdraaien en kom je niet bij rekensom van het type “30% de dood overstijgende energie”, “rekensom gemaakt op basis van het Evangelie”; maar krijg je een waarschuwing van het type “three strikes is out”, “als jij de drie kernwaarden niet incorporeert in jouw leven”.

Het zou mij benieuwen of hij daarna uiteindelijk ook de “call of death” heeft gehad. Dat kunnen we moeilijk vaststellen, al zou ik wel kunnen kijken naar de laatste scene die hij in zijn boek heeft beschreven, met de wat vreemde titel “bal de tetes”. In die scene gaat hij op bezoek bij oude vrienden, die in de tussentijd flink zijn verouderd.

Ik zou die passage nog eens opnieuw moeten lezen, of er zoiets in staat wat lijkt op “call of death”; maar misschien hoeft dat ook niet en kan ik de scene als zodanig opvatten; de scene beschrijft immers een uitnodiging voor een feest; en het is het “feest” van de dood. Je zou kunnen zeggen: Proust beschrijft zijn eigen “call of death”; de uitnodiging voor dit feest met al die oude mensen is in feite een beschrijving van een “call of death”. En de echte call of death kwam netjes na het voltooien van zijn roman en ook vrijwel direct, “ploink”.

Als jij de heel tijd aan het achteruit leven bent, dan kan jij de dood natuurlijk niet zien aankomen; maar dan komt er netjes een signaal, van tevoren, maar als die komt ben je dan ook te laat, om alsnog de kernwaarden goedheid, waarheid en schoonheid in jouw leven te incorporeren.

Dat zou immers flauw zijn, dat je een beetje kan gaan zitten “valsspelen” door op het laatste moment sorry te zeggen.

Een heel fraaie “call of death” kan je ook vinden in het leven van Thomas van Aquino. Dat was ook zo iemand die pagina’s zat vol te schrijven, allemaal fraaie woorden, in plaats van voor de mensen iets nuttigs te doen zoals het Evangelie narekenen. Je krijgt dan een portie nutteloze boeken.

Tegen het eind van het leven is Thomas echter ingestort, hij kreeg een visioen en “pats” zag hij de dood voor zich. Hij heeft toen afstand genomen van al zijn boeken, maar ook geen nieuwe meer gemaakt, geen deugdelijke Evangelie analyse. Dat zou valsspelen zijn, dat je nog even je oude boeken vol puddingpraat wegmoffelt en vervangt door een nieuwe, wel goede. Daar doen ze in deze werkelijkheid niet aan.

Een grote treurigheid; grote schande

Ik vind het van een gigantische treurigheid, dit allemaal. Ook is het gigantisch treurig dat mensen elkaar zo slecht helpen. Niemand waarschuwde Proust zo van: jongen jij daargt een winterjas in de zomer, dat is “twisted logics”, “jij hebt hulp nodig”. En ze lieten hem gewoon verpieteren in zijn huis, met al dat geschrijf.

Mensen zijn zulke slechte rekenaars, dat ze erop gokken “dat als jij veel schrijft, dat het dan wel goed zal zijn, ben je zeker heel slim bezig”. Maar dat is niet zo, je kan niet zomaar een beetje wild gaan gokken in dit leven. Dan zal je merken dat je vaak verkeerd gokt. Ze hadden moeten rekenen; dan moet je rekening houden dat die jongen psychisch aan het vastlopen is.

Dan kan je vragen stellen: waar schrijf jij over, aha, over het verleden, aha, jij schrijft over het verleden, ben jij dan bang voor de toekomst, en waarom dan? Oke, geloof jij niet in het Evangelie, en waarom dan niet? Omdat jij de verhalen niet letterlijk kan geloven? Maar wie zegt dan ook dat jij het letterlijk moet nemen, zo is het nooit bedoeld; het is geschreven als instructiegids voor de toekomst? Wie zegt jou dan dat jij het letterlijk moet nemen? Dat moet niet, dat heb ik nog gisteren beschreven, in het artikel over Lukas 2 op dit blog.

Je kan ook vragen: wie zijn die mensen die jou dat verteld hebben? Aha, zijn dat predikanten, ah, Nietzsche had daar ook zo’n last van, en was ook zo teleurgesteld in wat die zeiden. Maar Marcel, dat zijn toch niet de slimste personen in de werkelijkheid, die kunnen toch geen richting geven?

Dat zijn meestal mensen die wel intelligent zijn, maar van het gewone type. Ik had er zo een in de klas zitten, type “zoontje van de predikant”. Die luisteren nooit, maar proberen je altijd af te troeven. Dan zeg jij iets en dan zeggen zij: nee hoor want moet je lezen bij die-en-die. Als ik iets schrijf, dan komen zij altijd met een boek van een ander.

Ze zijn goed in het “organiseren van aandacht”, dus ze kunnen een hele schare volgelingen achter zich krijgen, waarmee ze jou dan weer proberen af te troeven.

Dat is een beetje vervelend, dat “geklier”. Maar Marcel, jij en ik zijn “hors categorie”, “buitencategorie”, wij moeten ons niet door predikanten laten vertellen hoe de werkelijkheid in elkaar zit, al lopen er duizend mensen achter hen aan. Die mensen rekenen immers niet. Je kan erop rekenen dat je er dan niet uit gaat komen; je moet erop rekenen dat jij het dan zelf moet gaan uitrekenen; maar als jij echt in het Evangelie gelooft, mag jij er ook op rekenen, dat jij er dan ook zelf uit gaat komen, al kost dat een paar jaar.

Je moet er zelfs op gaan rekenen, dat doodgewone mensen, die tot nu altijd de letterlijke, wat primitieve uitleg volgen, zelfs nog nieuwsgierig worden naar wat ik te zeggen heb, en deze blogposts lezen, het zijn er tien a twintig per dag; mensen die gewoon de echte waarheid vinden.

Het is wel een “rauwe waarheid”. Het zijn niet de mooie, galante woorden van de predikant. En ze worden ook niet uitgesproken in een eredienst, je moet ze zelf opzoeken op dit donkere hoekje van het internet.

Maar zoals de Bijbel ook zegt: de bijzondere genache komt vaak uit een onverwachte hoek, en is groter dan je denkt.

Dus misschien schrikken ze van dingen, misschien schrikken ze van de zwaarte van de onderwerpen, zoals ziekte en dood; de scherpte van de rekenkundige analyses, de concrete cijfers, en de wetmatigheden die ik opnoem.

Maar dan hebben toch mensen het gezien, en hoe goed het werkt. Dus moet je je voorstellen, ook al is het maar een handjevol lezers per dag, dat in ieder geval die mensen het hebben gezien, en mogelijk ook nog in de praktijk gaan toepassen en de wedergeboorte kunnen gaan ervaren! Dat geeft het leven een mooie “wow factor”, “thank you very much”. Dat is wel een stukje andere koek, dan afsluiten met een “call of death”.

Previous
Previous

Marcel Proust (2)

Next
Next

Lukas 2