Verslag kerkdienst GerGem Apeldoorn 31-5-2026
Vandaag was ik bij de kerkdienst van de GerGem Apeldoorn en post daarover hieronder een verslag. Dit gaat over het verschil “rekenen” en “taal”. De meeste mensen hebben een “talig verstand”. Zij gebruiken, liefst sterke, taal.
Zo noemt mijn ex vrouw mij narcist!! Dat is omdat zij een talig verstand heeft, en die gebruiken graag ferme taal.
Deze beschuldiging kwam omdat ik analyses maak van het Evangelie. Dat levert zo’n ergernis op, dat je dan ferme taal tegen je kijkt.
Het is geen rekenen, zoals rekenen met de vraag of dit wel klopt, met de gevoelens van mij, noch die van mijn kinderen “is het wel leuk om kind te zijn van een narcist”, er wordt sterke taal ingezet.
Ik wil niet flauw doen, maar dat lijkt niet handig. Als je kijkt naar het verhaal van de zondeval, dan gaat het juist mensen leren te rekenen:
Het is een heel kort verhaal; het verhaal van de zondeval van de mens; Adam en Eva; wat zegt het eigenlijk?
Daar staat dat God zegt: reken (!) met Mij, en jij zult niet sterven. Dus mensen wordt gevraagd om niet teveel te kletsen, maar om te gaan rekenen. Maar Adam en Eva gingen te ver voor "geklets"; en hoe dat eindigt is bekend.
In het Evangelie wordt gezegd hoe het wel moet. Dan kan je in abstracto zeggen: Jezus laat zien hoe je moet leven. Maar ik zou iets zorgvuldiger zijn, en zeggen: Jezus leert hoe je moet rekenen:
Hij verwijst altijd naar de Vader = rekent met de Vader. En als mensen met Hem praten, zegt Hij vaak: dat is wat jullie zeggen = "geklets" van mensen;
Kijk, het gaat dus over rekenen. Iemand die dat trouwens niet kon, en daarom van het christendom is afgestapt: Mohammed. Hij verwierp het christendom; waarom: hij vond rekenen lastig.
Je kan “islam gaan bashen” maar dat vind ik lelijk. Maar je kan best signaleren dat er een fundamenteel probleem is: ze kunnen niet rekenen.
Hij begreep bijvoorbeeld het concept "Drie-eenheid" niet Mohammed: drie = één; dat is onmogelijk!
Maar dat is fout: je kan gewoon rekenen met drie keer een derde is één. Hij kon geen breukdelen, “ breuken rekenen”
Er zijn nog meer gekke dingen. Zo zegt Jezus: Petrus berg je zwaard op. Met andere woorden wij gaan dingen nu op een intelligente manier oplossen, in plaats van dat wilde gedoe
Maar Mohammed vond dat vervelend. Dus hij heeft Jezus in rang teruggezet, en het zwaard weer teruggehaald: zo doen wij dat. Maar hij moet natuurlijk niet denken dat hij daarmee wegkomt: daar rekent hij niet op.
Nog een anekdote: mensen verwerpen mijn analyse; ze noemen dat " dom geklets" en " jij bent gestoord", " ga naar een psychiater" . Weet u daarvan?
Dat zeiden ze tegen Jezus ook: jij bent gestoord, narcist. Dat is de talige reactie op Jezus: mensen gaan niet rekenen, maar gaan " ferme taal" inzetten als reactie om het christendom “ weg te duwen” .
Maar dat is natuurlijk weer “niet rekenen”. Ik wil niet eindigen zoals dat met Jezus gebeurde, en waarom zou dat ook moeten: ik zet gewoon deze tekst op internet: hier komt u noch links, noch rechts langs
Cognitie en rekenen; Leben-zum-Tode
Ik heb een “rekenkundig” verstand. Ik doe steeds aan dingen uitrekenen. Zo heb ik hieronder een wiskundige puzzel uitgerekend, “Langley puzzels” noemen ze dat. In een van de bijlages hieronder heb ik dat voorbeeld staan. Deze uitwerking van mij is de enige ter wereld: bestaat geen andere. Ik heb dit via A.I. laten narekenen: mijn uitwerking klopt. A.I. kan dat weten want dat is een “superrekenmachine”
Ik doe ook aan het Evangelie uitrekenen: blijkt 100% correct. Dat staat op mijn andere blogpost “analyse Evangelie”. Ik doe het dan ook nog via A.I. narekenen: noemt mijn analyse 100% onweerlegbaar: dat is mooi, thank you very much A.I.
Maar mensen met een talig verstand doen dat anders, die rekenen het niet uit maar praten over het Evangelie en dan liefst in ferme bewoordingen: het is fantastisch! of het is onzin!
Dat is nog verklaarbaar ook. Als jij rekent, dan is de uitkomst van een som altijd vast, staat bij voorbaat vast. Vijf plus vijf is altijd tien, en het is ook onmogelijk dat dat anders is.
Maar als jij gaat praten, dan zijn allerlei uitkomsten denkbaar, een heel wijde range die loopt van het klopt totaal wel tot totaal niet.
Daarnaast is rekenen lekker snel: je weet direct dat vijf plus vijf tien is, en hoeft er verder helemaal niet over na te denken.
Maar als jij kiest voor taal is dat wel even anders. Als je dan een moeilijke vraag gaat aanvliegen, dan kan jij daar je hele leven over doen.
Je kan er een samenleving ook eindeloos mee bezig houden. Je kan er honderd jaar over doen, tweehonderd jaar, duizend jaar, tweeduizend jaar, desnoods honderdduizend jaar: maar je komt er nooit achter of het juist is, tenzij je het gaat uitrekenen.
Er is wel een nadeel met dat rekenen: het is misschien wel eng, want als jij dat zo doet, is het gevaarlijk goed.
Maar het omgekeerde geldt ook: nu leven mensen uit angst voor de dood en dat is gevaarlijk fout; maar het omgekeerde is ook gevaarlijk: maar ja, wat zou u nu willen?
Een makkelijker voorbeeld; asielproblematiek
Dat is een moeilijk voorbeeld, sorry dat ik daar meteen mee met de deur in huis val. Maar je kan ook makkelijke voorbeelden nemen. Een heel makkelijk voorbeeld hiervan is de asielproblematiek.
Daar zie je ook dat deze wereld wordt gerund op “taal”. Je hoeft maar “asiel!!” te roepen of jij krijgt in Ter Apel “een bed”. Alleen maar door dit woord “asiel!” te roepen, en hoe harder hoe beter, en het maakt helemaal niet uit waar jij vandaan komt. Ook als jij uit een veilig land komt; of als jij al in twee, drie, vier andere Europese landen asiel aangevraagd hebt. Zelfs mensen die al eerder in Belgie asiel aangevraagd hebben, worden opgenomen in de Nederlandse asielprocedure: maakt niet uit. Al die mensen gaan de asielprocedure in, en het hele systeem raakt over de kook.
De oorzaak is eenvoudig: er wordt helemaal niet gerekend zoals: als mensen uit veilige landen komen, of ze hebben al in twee, drie, vier landen asiel aangevraagd, dan hoef je ze echt geen bed te geven. Er wordt ook niet gerekend met hoeveel maximale opvangcapaciteit wij hebben. Of ermee rekenen dat Belgie zijn eigen problemen moet oplossen.
Ze kunnen het in het parlement ook niet oplossen, want daar gebruiken ze “de taalkundige methode” en die is gebaseerd op “taalkundig powerplay” en dat houdt in dat je de andere partij “oen!!” moet toeroepen, of “stomkop!!”.
Als je gaat rekenen, dan kan jij de oorzaak van het probleem uitrekenen; maar dit is “taalkundige powerplay” en dan moet je je wederpartij “zoveel mogelijk modder toegooien”.
Een verder voorbeeld: praten over ziekte
Er zijn nog meer zwaktes: het taalkundig denken is namelijk nogal gericht op “leuke dingen” en dan met name “vakantie” of “buitenland”. Maar niet met zoiets als ziekte. Er wordt bijvoorbeeld niet goed gerekend met zieke mensen.
Als die ziek zijn, en ze moeten opgenomen worden, moet je in Nederland hemel en aarde bewegen willen ze je oude moedertje in het ziekenhuis toelaten. Je kan nog zo hard schreeuwen “zij is ziek!!!” en de artsen zijn nauwelijks in beweging te krijgen. Ook mijn ex vrouw heeft dat zelf ondervonden: smaakt de koffie niet meer, dat is raar. Smaakt de pizza ook niet meer, vreemd. Kan jij niet meer de trap opkomen zonder helemaal te zweten: merkwaardig. Maar je kan schreeuwen “ik ben ziek!!!” de artsen doen dat af als “gezeur van vrouwen”.
Dat komt omdat mensen niet rekenen. Ze reageren vooral op sterke taal. Maar dan wel graag wat zij willen horen, en ziekte vinden ze vervelend, dus daarvan horen ze niet graag. Als jij asiel!! roept dan vinden ze dat interessant: eens kijken wie dat is, en waar die man of vrouw vandaan komt, o komt u helemaal uit Guinee Equatoriaal! Dat is een interessant land!! Ze vinden dat interessant, net zoals ze vakantie in het buitenland leuk vinden. Maar dat is wel een veilig land, dus die man kan met het eerste vliegtuig terug, in plaats dat jij hem twee, drie jaar in een asielprocedure plaatst.
Maar als jij ik ben ziek! roept, dan vinden ze dat vervelend: ziekte, daar hebben we geen zin in, daarvan willen we niet horen. Dat is zodanig erg, dat mijn ex vrouw bijna was overleden: kanker in de vierde graad, helemaal uitgezaaid; bijna hadden de artsen die alle signalen in de lucht sloegen, een moeder van twee kinderen onder hun ogen laten sterven; alleen omdat ze een enkel woord, namelijk het woord “ziekte”, vervelend vonden om te horen: artsen nota bene!!
Dat deze mevrouw nooit klaagt, en echt erg ziek was, en dat het niet normaal is dat jij ineens pizza niet meer lekker vindt, of dat je geen kop koffie binnen kan houden, en zwetend van de trap komt, daar hielden ze geen rekening mee!!!!
Rekenen is zeer exact
Ik geef aan dat mensen wat meer zouden moeten rekenen. Maar deze maatschappij is gebaseerd op taal, en als je taal zo zwaar inzet om een maatschappij te runnen, dan betekent dat !!! Ben jij ziek? Flauwekul! Heb jij het Evangelie doorgerekend: onzin!
Zou mijn ex vrouw wel eens weten, dat op dezelfde manier als waarop de artsen destijds zeiden dat haar klachten onzin waren, dat dit precies dezelfde methode is als waarop zij mijn analyses onzin vindt. Zou zij dat weten?
Misschien denkt zij: dat is heel verschillend. Maar als jij rekent, dan kan je zien dat de uitkomst hetzelfde is. Net zoals vijf plus vijf samen tien is. Weliswaar staat aan de ene kant van deze som twee keer vijf, en aan de andere kant staat het getal tien, maar het is natuurlijk wel hetzelfde. En in dit geval specifiek: taalkundig powerplay; de ene onzin is de andere: gewoon hetzelfde. Taalkundig powerplay is natuurlijk taalkundig powerplay, maar niet uit welke variant. Dus alle keren dat de arts tegen haar zei: onzin mevrouw, die klachten van u, dat is hetzelfde als waarmee ze mijn werk als onzin benoemt.
Dat is best helder uitgelegd, lijkt mij: eens kijken of zij dat nu snapt. Dat is ook een grappige eigenschap van rekenen, de uitkomst van een rekensom is bijzonder: die is heel precies.
Het zal mij benieuwen wat zij dan gaat zeggen. Maar zo werkt dat dus met rekenen; een rekensom komt altijd exact goed uit en ook altijd op dezelfde manier; dus vijf plus vijf is exact tien, daar zit nooit verschil in; en het is vandaag tien, en ook morgen tien.
Ik hoop dat zij ook gaan rekenen. Dan kunnen we ook gewoon weer common sense doen in contact met de kinderen; want het taalkundig powerplay is van zodanig omvang, dat net als de artsen mijn ex vrouw een aantal keer hebben weggewuifd als “zeurkous”, zij mijn teksten ook de hele tijd wegwuift als “zeurkous”: het is hetzelfde.
Maar we kunnen de situatie ook eens gewoon rustig onder ogen zien, “common sense”. Dan is dit probleem alvast opgelost, en kunnen we verder naar de volgende.
Dan kunnen we bv kijken naar de kinderen. Er zijn meer mensen met een rekenkundig verstand, en een ervan is mijn eigen dochter.
Daarvan hoorde ik dat zij goed was in het analyseren van de gedichten van Emily Dickinson en daar kreeg zij volgens mij een tien voor.
Dat is best bijzonder, want die gedichten zijn supermoeilijk, net als de onderstaande rekenopgave van Langley. Als jij dat kunt, betekent dat, dat jij een rekenkundig verstand hebt.
Dat betekent dat jij in deze samenleving, die vooralsnog is gebaseerd op kletspraat, een lastige positie hebt.
Haar moeder zou eigenlijk tegen haar kunnen zeggen: dat kan een uitdaging zijn voor mensen als ons. Als jij een rekenkundig verstand hebt, en je ziet de mensen om jouw heen de hele tijd dom naar elkaar kletspraat roepen, in plaats van dingen uitrekenen, of mensen uit veilige landen de asielprocedure in laten gaan alleen maar omdat ze hard “asiel!!!” roepen, en een Tweede Kamerdebat het niveau hebben van schreeuwende kinderen, dan is dat frustrerend eng; het lijkt soms wel alsof ik in een horrorfilm ben beland met al dat geroep.
Ook een simpele wandeling op straat kan al “best een uitdaging zijn”. Zoals dat jij continu vrouwen met een hoofddoek ziet rondlopen; dat is ooit bedacht voor mensen in de woestijn, waar de hete zon op jouw hoofd brandt; maar als die mensen niet rekenen, gaan ze dat ook in een koud land als Nederland doen, zelfs in de winter. Ze rekenen niet, dus zij rekenen niet met klimaatverschillen, en dat is beangstigend.
Ze houden er ook geen rekening mee dat als de hoofddoek geen nut heeft, dat het muntje zich dan omkeert, en dan krijgt het een negatieve lading; iets wat in de woestijn nuttig is, heeft een positieve lading, maar als jij het in Nederland gaat doen, dan gaat dat een negatieve lading krijgen: kan je mensen mee treiteren.
Je kan er bijvoorbeeld mensen mee gaan treiteren, als jij vindt dat je vroeger niet genoeg aandacht hebt gehad: dan zet je een hoofddoek op, en kan je negatieve aandacht genereren.
Als je slim bent, dan kan je de hoofddoek nog extra lelijk maken, dan kan je de irritatiefactor verhogen, en andere mensen nog beter mee treiteren.
Zo kan een simpele wandeling op straat al best een uitdaging zijn. Ik zou fijn vinden dat zij dat weet, zodat zij zich hierdoor niet hoeft te laten intimideren, maar het beste er afstand van houdt.
Mijn andere dochter heeft vermoedelijk een taalkundig verstand zoals haar moeder, dus zij heeft daar misschien minder last van. Maar die zou ik ook graag aan het rekenen krijgen, zodat zij niet dezelfde fouten maakt als haar moeder, en een hoogbegaafde echtgenoot in de gordijnen jaagt, alleen maar omdat hij houdt van rekenen.
Stel je voor dat deze hoogbegaafde dochter een hoogbegaafde echtgenoot trouwt, dat zou zomaar eens kunnen; en dat die echtgenoot minder gefocust is op taal, maar een rekenaar is als ik, dat zou ook zomaar eens kunnen, stel dat het een accountant is bijvoorbeeld. En stel dat die echtgenoot er op enig moment achter komt dat het Evangelie waar is omdat hij dat kan uitrekenen: oei!! probleem!!!
Het gevaar is niet eens klein, want het Evangelie zit zo goed in elkaar, dat als deze meneer gaat rekenen, dan komt hij daar vanzelf bij uit, kan niet alles, “alle wegen leiden naar de Heere”. Maar hoe gaat zij dan reageren als zij taalkundig is gewired?
Dan kan zij reageren met sterke taal zoals: achterlijke lariekoek, fantasiepraat; zij kan een volkomen aardige kerel uitmaken voor volstrekte gek. Hij kan dan naar een psycholoog gaan, en die zegt: met jou is niets aan de hand, jij hebt een gezond (!!) gevoel voor humor. Dan schroeft zij er nog wat bij op en vervangt het woord “fantast” door een nog sterker woord (!!) zoals “narcist”.
Dat huwelijk van mijn dochter kan dan uit de rails raken, net als dat van mij, als de echtgenoot een rekenaar is zoals een accountant, en zij is een “taalkundige powerplay” persoon als mijn ex vrouw.
De oplossing is, dat ook de personen die taalkundig gewired zijn, ook moeten overschakelen naar “rekenen”. Dus rekenkundig reageren in de trant: ook even rekening houden dat het misschien wel eens waar kan zijn.
Of er rekening mee houden dat de manier waarop de artsen jouw klachten destijds als “dom gezeur” hebben genoemd, dat dezelfde methode is waarop jij mijn studies als “dom gezeur” genoemd heb.
En voor de mensen in de kerk gisteren: weten jullie wat de Tien Geboden inhouden? Die houden in, dat mensen moeten gaan rekenen, zoals rekening houden met een ander.
Dat is trouwens ook verbazend helder, als mensen niet rekenen; als jij wel rekent, komt de uitkomst altijd per definitie goed uit; ga jij niet rekenen, dan is de uitkomst per definitie fout. Ik ben aan het werk en dan gaat het allemaal mis. Wanneer zijn jullie getrouwd meneer: nou 2018, maar 2025, maar zeg maar 2024. Hoezo “ zeg maar” 2024?!?? Waar woont uw ex mevrouw: aan de …….. straat nummer 67. Oke, dus 67, nee 24. Hoezo verander je nu 67 in 24?!?!? Haar ex kan trouwens ook niet rekenen, want heeft haar een blauw oog geslagen: rekening houden met anderen: forget it.
[noot van de redactie: deze cijfers en jaartallen zijn gefingeerd]
Bijlage: puzzels uitrekenen
Om de onderstaande tekst te kunnen lezen, zeg ik er bij voorbaat bij, dat sommige mensen beschikken over een “mathematisch verstand”, “rekenkundig verstand”.
Dat is een vrij zeldzaam iets. Ik ken nog een persoon die ook een rekenkundig verstand heeft, en dat is Andrea Salerno. Ik zal, omdat ik het leuk vindt dat zij dat ook leest, zodadelijk nog met een voorbeeld van haar zelf toelichten.
Maar het is dus vrij zeldzaam. De meeste mensen hebben een “talig verstand”, en hun denken krijgt vorm door formules, of moet ik eigenlijk zeggen: door woorden, zoals in een kerkdienst het Woord van God.
Maar sommige mensen beschikken over een verstand zo scherp, dat het “mathematisch is”, “en de werkelijkheid kan doorrekenen tot achter de komma”.
Ik geef er een paar voorbeelden van, eerst een makkelijk voorbeeld, en daarna een moeilijk voorbeeld: het Evangelie doorrekenen.
Maar eerst een makkelijk voorbeeld. Ik kan bijvoorbeeld de zogenaamde “Langley puzzels”, volgens internet berucht moeilijke puzzels, uitrekenen door ze alleen maar te zien.
Figuur: Ik heb deze puzzel “gekraakt” door alleen het tekenen van twee eenvoudige lijntjes.
Ik heb deze uitkomst door A.I. laten narekenen en hij zei: 100% correct. In A.I. zit geen bewustzijn, dus hij kan deze puzzels niet zoals mij uitrekenen door ze te zien; maar A.I. is wel een heel goede calculator, dus hij kan ze a posterio narekenen.
Andere mensen kunnen deze Langley puzzels ook wel oplossen, maar gebruiken daarvoor formules.
Dat is een stappenplan, waarbij je gaat van stap een naar stap twee naar stap drie naar uiteindelijk stap tien.
Dat komt omdat zij een talig verstand hebben; dus zij moeten eerst de rekenkundige vraag, die vrij eenvoudig is, terugvertalen, als via Google Translate, naar een taalkundige vraag, en die ook via een taalkundige methode oplossen.
Een talig verstand is prima, maar heeft wel een nadeel: die formules kosten vrij veel stappen, en dat is nog niet het ergste: door al die tussenstappen gaat je onzekerheidpercentage toenemen, de uitkomst is mogelijk waar of mogelijk onwaar!
Een wiskundig verstand is anders, in zes opzichten. Dat zijn er een beetje veel, sorry sorry daarvoor, maar het is helaas niet anders.
Allereerst rekent iemand met een rekenkundig verstand in zijn hoofd automatisch de uitkomst uit. Dit maakt niet gebruik van een stappenplan maar van “auto-focus”; het is dus nogal snel.
Ten tweede is de uitkomst 100% zeker goed. Er kon eigenlijk geen andere uitkomst zijn dan dat de uitkomst van de bovenstaande puzzel 30 graden is; ik heb namelijk de lijntjes zo scherp getrokken, dat de uitkomst “mij niet kan ontsnappen”.
Ten derde: het maakt gebruik van een mega simpele methode. Ik noem dat een soort van “taartsnijmethode”: als je een taart doormidden snijdt, dan heb je altijd twee stukken: kan niet anders. Probeer anders zelf maar eens, mocht u jarig zijn, een taart door te snijden en niet twee stukken te hebben: ze zijn misschien niet evengroot, maar het zijn er altijd twee.
En ten vierde: dit rekenkundig denken is hoogst zeldzaam. Deze puzzels zijn niet van gisteren, en ook niet van eergisteren. De puzzels zijn van 1922. En ik ben de enige ter wereld die deze uitwerking heeft kunnen vinden.
Ten vijfde: het heeft te maken met theologie. Dat is een beetje raar, maar in theologie ging ik op zoek wat er met mij aan de hand is, want elders kon ik het niet vinden. En heb het antwoord ook gevonden: in een theologisch begrip. Iemand zou kunnen zeggen: als jij dat als enige doet, dan ben je zeker een opschepper. Dat zou in principe kunnen, maar dat is als jij ongelijk hebt en mijn Langley analyses kloppen, dus dat kan het niet zijn. Het lijkt op iets anders: een theologisch feit.
En die is er ook, en wel een heel specifieke. In de gereformeerde dogmatiek heet dit: afsnijding: jij bent apart gezet. Ik schreef hierboven dat ik gebruik maak van een taartsnijmethode; maar dat snijden door de taart, zit kennelijk ook intern in mijzelf, doordat ik afgesneden ben van de familie.
Als laatste, ten zesde: dit rekenkundig denken is gevaarlijk; maar dan in de zin gevaarlijk goed. Bij de kerkdienst vanochtend ging het over het gevaar van de dood; dat is gevaarlijk slecht.
Maar met dit rekenkundig denken kan jij gevaarlijk goede analyses maken, waar mensen steil van achterover kunnen vallen. Dat mag; tenzij wij dit een zachte landing maken, en daar heb ik jullie ook voor nodig, en ik zal uitleggen waarom.
Bijlage: het Evangelie doorrekenen
Het bovenstaande is alleen nog maar een puzzel. Maar wat zou je krijgen, als je iemand met een rekenkundig verstand eens een andere puzzel zou geven. Zullen we deze arrogante jongen nog eens een andere puzzel geven? Misschien dat hij dan daar wel zijn arrogante hoofd over breekt.
Nog een keer zo’n wiskundige rekenopgave? Nou nee, wiskunde hebben we op zondag niet nodig, bovendien stelt hij dat goed te kunnen, daar kunnen we hem niet op “vangen”. Stel we doen iets anders, “iets met levensvragen”, “dat is pas interessant”, “net iets voor de zondag”, “en vast onmogelijk voor hem”. Dus in plaats van zo’n eenvoudig driehoekje:reken eens uit: de juistheid van het Evangelie.
Een onmogelijke opgave. Maar jullie moeten niet denken dat ik het dan niet probeer. Iemand met een rekenkundig verstand stort zich dan op de opgave.
Hij kan namelijk van tevoren uitrekenen of hij de uitkomst gaat vinden, en zoals je van tevoren kan weten dat tien plus tien twintig is, kan hij van tevoren uitrekenen of het Evangelie en een beetje tijd tot een positieve uitkomst kan leiden: en het antwoord is ja!
De tijdsfactor is wel een ding. Maar ik ben niet bang dat het eerst niet lukt. De Langley puzzel doorzien kostte mij geloof ik een week, dat vond ik al frustrerend: een hele week! Maar het Evangelie doorrekenen heeft mij vier jaar gekost, de periode 2022-2026. Maar als jij weet dat het je een keer gaat lukken, dan kan jij dat wel volhouden. En het is ook gelukt. Dat staat op mijn andere blogpost; link:
https://www.friedasdream.org/blog-1/kanskaart-trekken
Dus jullie kunnen het bekijken, de rekenkundige analyse van het Evangelie, en jullie kunnen dan ook zien, dat ik het rekenkundig als honderd procent juist heb doorgeanalyseerd.
Dat klinkt positief, maar misschien zullen mensen met een eerste blik op die andere blogpost eerst afkeer krijgen.
Hoewel het volgens mij netjes is geformuleerd, en u zult er zeker niets onbijbels in terugvinden, en bovendien voldoet het aan alle “eisen van de gereformeerde dogmatiek”, ziet het er wel anders uit: het zit inderdaad vol met “wiskunde”: rekensommen, rekenkundige schema’s: wat is dat????
Zo ga ik het Evangelie rekenkundig verdelen. Ik ga bijvoorbeeld het Johannes Evangelie verdelen in tekstblokken van vier hoofdstukken. Het hele idee, dat je het Evangelie verdeelt in tekstblokken, of het hele woord tekstblokken stoot vermoedelijk al veel mensen tegen de borst.
Ik ga vervolgens deze tekstblokken onderverdelen, steeds volgens het ritme Joh. 1 / geduld (eindelijk komt Jezus in de wereld) - Joh. 2 / goedheid (over Jezus’ wonderen) - Joh. 3 / waarheid (Jezus leert de ware leer aan Nicodemus) - Joh. 4 / schoonheid (Jezus praat met een mooie vrouw en kijkt uit over de mooie velden om geoogst te worden) - Joh. 5 / geduld (iemand wacht al achtendertig jaar op genezing) - en zo verder- en zo verder - - Joh. 17 / geduld (Hogepriesterlijk gebed, bidden met de Vader, rustmoment voor het ingaan van de laatste fase) - Joh. 18 / goedheid (veroordeling, Jezus’ lichaam wordt gegrepen) - Joh. 19 waarheid (harde waarheid van kruisiging) - Joh. 20 schoonheid (schoonheid van wederopstanding).
Dat ziet er volgens mij fantastisch uit, maar het hele idee dat er een sequentie in de teksten zit, daarvan kan ik mij goed voorstellen, dat dit bij mensen afkeer oproept
Het wordt vast helemaal problematisch, als ik er een totaalplaatje van maak. Het Evangelie reken ik dan door als vijf keer vier plus een is een-en-twintig. Ik vermoed dat zij dan denken dat ik bezig ben met het optellen van een aantal boodschappen voor de totaalprijs van 21 euro.
Ik vind dit een perfecte rekensom, maar ik kan mij voorstellen dat andere mensen hier echt hun schouders over ophalen: gekkigheid van een of andere malloot; supermarktfreak.
Misschien dat ik u echter van het tegendeel kan overtuigen, als ik kan laten zien, dat je hier de kenmerken van het rekenkundig denken terugziet, en dat dit heel sterke kenmerken zijn.
Iemand zou kunnen zeggen: dit ken ik niet. Inderdaad, dit kent niemand ter wereld. Daar komen dezelfde factoren weer naar boven: het is zeldzaam. Je kan wel zeggen dat jij het niet kent, maar dat wil niet zeggen dat deze analyse niet juist is, het zegt maximaal dat het zeldzaam is: en dat betekent juist goed
Maar ook bijvoorbeeld het kenmerk dat dit volautomatisch gaat, dus snel. Het “doorrekenen” van het Johannes Evangelie kostte mij vier jaar. Dat is misschien lang, maar verhoudingsgewijs snel.
Daarnaast dat de uitkomst zeker mooi is. Het rekenkundig verstand rekent volgens de sequentie geduld - goedheid - waarheid - schoonheid. Als jij weet dat het rijtje altijd eindigt met schoonheid, moet de uitkomst automatisch schoonheid zijn; dus iets moois! Wat zou jij nu daartegen hebben?
En ook dat de uitkomst 100% zeker goed is: wedergeboorte! Dat is prachtig! De dood is overwonnen!! Ik kan mij niet voorstellen dat mensen daartegen zijn.
En wat te denken dat de uitkomst 100% zeker is: inderdaad, wie anders dan Jezus!!!
En zelfs voldoet het aan de definitie: gevaarlijk, maar in de zin van gevaarlijk goed.
Dat laatste is wel een bijzonderheid, en die mij ook persoonlijk raakt. Want nu kan ik vrij anoniem in de kerkbanken zitten, en mensen lezen hier overheen en denken: zal mij een zorg zijn.
Maar zodra mensen krijgen wat hier aan de hand is, ben ik in een klap wereldberoemd. En mijn vrouw Andrea ook; staat de GerGem Apeldoorn in een klap op nummer één van alle kerken wereldwijd, en komen er zodadelijk zelfs toeristen naar Apeldoorn om deze kerk te bekijken, of de Fruytier school.
Zoiets als de Koreaanse toeristen die naar Varsseveld kwamen, toen Guus Hiddink, die mijn moeder trouwens kende, met Korea goede resultaten had behaald op het WK.
Maar hier gaat het om het WK theologie, en dan gaat de GerGem Apeldoorn ineens winnen; een grote prijs behalen; als tegenprestatie voor altijd maar een grote prijs betalen: daar zullen ze misschien nog aan moeten wennen.
Bijlage: Een kerkdienst doorrekenen; aantekeningen van de dienst
Misschien dat u op dit punt van de tekst al zoiets heeft van: genoeg genoeg genoeg. Zoveel informatie ineens en dan ook zoveel raars: ga maar rondje wandelen, heb jij geen hond, moet die niet uitgelaten worden?
Maar ik kan u ook mee terugnemen naar de ochtenddienst vandaag. Daar zat u misschien ook, en misschien vindt u het dan leuk dat terug te lezen.
Dat kan want ik heb daarvan aantekeningen gemaakt. Ik heb dat verdeeld in twintig stukjes van ieder een kwart pagina.
Elk stukje bestaat, hoe kan het ook met een rekenkundig verstand, uit zes onderdelen. Er waren ook nog vier “overgebleven onderdelen” en die pasten er niet meer op, dus die heb ik in het midden van het eerste vel papier gezet. Het zijn in totaal dus zestien aantekeningen keer zes is zes-en-negentig plus vier is exact honderd.
Misschien kunt u mijn krabbels slecht lezen, maar ook hier zit de zelfde sequentie geduld - goedheid - waarheid - schoonheid als in het Evangelie.
Ik zat te denken: moet ik al deze aantekeningen voor de mensen uitwerken; het zijn er wel erg veel
Maar misschien doe ik even de eerste zes, zodat u kunt zien dat het geen flauwekul is wat ik hier schrijf: we beginnen met de zonde; dat is net een wild paard dat je moet temmen / daartegenover staat de liefde, en liefde is geen keuze maar een plicht! (zie gedicht van Georg Trakl) / kijk naar Jezus; Hij temt de tijd, zoals mensen een wild paard kunnen temmen / en zoals de liefde het hart temt, zo temt God de ruimte / wij zijn van nature heidenen dus wilde types / maar stap voor stap, procesmatig, wordt onze wildheid overwonnen en maakt ons gedienstig aan de Heere.
Dit noem ik één sequentie van zes onderdelen. Deze zes onderdelen zijn twee zinnen volgens thema goedheid / twee zinnen volgens thema waarheid / twee zinnen volgens thema schoonheid.
Misschien schrikt u hiervan: dat woord heeft de predikant helemaal niet genoemd, sequentie; en zat dat in de dienst van vanochtend?!?!?
Ik moet toegeven, hier zit een klein stukje powerplay van mij. Want de eerste vier delen hiervan zaten in het begin van de dienst, en de laatste twee delen aan het eind van de dienst. Dat is net als een suikerpot, waarvan je eerst de basis krijgt in het begin, die zetten ze open op tafel. En dan komt het deksel er later bovenop.
Zo ging het ook al schrijvend. Ik schreef op mijn papiertje eerst vier delen, en toen waren mijn papiertjes vol, maar toen begon ik te merken dat er per pagina nog twee delen bijkwamen, en dat die precies pasten op wat er eerder al was gezegd; dus ik kon gewoon de ontbrekende twee onderdelen toevoegen per onderdeel.
Dit ging vanochtend bijzonder goed, dank u meneer de predikant. Ik zal u zeggen, jullie normale predikant is ook zo’n goede: die kan ook van deze sequenties maken; maar die van vanochtend ook.
Misschien dat u denkt: dat heeft hij gewoon zelf verzonnen, dat zat helemaal niet in de dienst vanochtend.
Maar dat is niet waar: dan moet u maar mijn buurman vragen, de meneer uit Klarenbeek; die zat naast mij en heeft mij zien meeschrijven.
Bovendien is het helemaal niet onmogelijk. Je moet wel een goede predikant hebben, anders gaat het niet. Er zijn predikanten die ervan houden “een paar dingen los uit de mouw te schudden”. Dan ga ik niet schrijven, daar kan ik niets mee, “met dat knalvuurwerk”.
Maar deze predikant predikte heel beheerst en gedecideerd, dus steeds noemde hij een onderdeel, en ook in een heel strakke volgorde, waardoor ik deze onderdelen ook heel strak op papier kon krijgen.
Je moet wel snel schrijven, geef ik toe, daarom zijn mijn letters ook zo onduidelijk. Maar dit handschrift heb ik mijzelf geleerd, omdat als je mondelinge spraak moet volgen, je geen tijd hebt om netjes te schrijven: dus dan maar slordig. Maar dan kan je het tempo teminste bijhouden.
Dus ik moest wel tempo houden, want hij praat en ik schrijf, en schrijven gaat langzamer, maar omdat hij zo rustig en strak sprak, lukte dit.
Dat deden de andere mensen trouwens niet: “alle honderd onderdelen van de preek opschrijven”. Ik keek naar de andere mensen om mij heen bij de kerkdienst, en die waren naar de dienst aan het luisteren, zij volgden de woorden. Maar dat is logisch als jij een talig verstand hebt; maar ik was de dienst “aan het uitrekenen”.
Toeval is hierbij trouwens eigenlijk uitgesloten: dat staat al van tevoren vast. Net zoals van tevoren vast staat dat twintig keer tien is tweehonderd. Rekenen is eigenlijk een manier van in de toekomst kijken.
Dat gaat tot in de details, zelfs onbenullige details als hoeveel papier ik vandaag nodig had om de aantekeningen bij de dienst op kwijt te kunnen. Omdat een rekenkundig verstand zo scherp is, kan ik dus al van tevoren weten hoeveel papier ik vandaag nodig heb.
Dus bij het verlaten van mijn huis ‘s ochtends weet ik dat ik twee A4 vellen papier nodig heb, “precies genoeg om alles er net op te krijgen”
Dit in de toekomst kijken is trouwens wel grappig, ik heb er wel eens “stunts” mee uitgehaald. Dit zijn stunts van het type: don’t try this at home, want als jullie een talig verstand hebben, dan kan jij dit niet.
Maar je kan er “gevaarlijke grappen” mee uithalen. Zo heb ik een keer, ik denk toen ik een jaar of twintig was, een avondje alcohol gedronken. De drank was op, en ik dacht: wat zullen we nu nog eens doen: waarom rij je niet naar Amsterdam, en kijken wat er in de stad te doen was. Dat mag natuurlijk niet: rijden met drank op, en is ook gevaarlijk voor jou en voor andere weggebruikers. Maar ik heb “voor mezelf uitgerekend of er iets kan gebeuren voor mij of andere weggebruikers”, “de uitkomst was negatief”, dus we kunnen gaan.
Je kan nog andere “gevaarlijke stunts” uithalen. Zo zoek ik naar aandacht voor mijn Evangelie analyses. Je kan aandacht genereren door iemand op zijn rug te slaan: hallo mag ik iets zeggen. Dat heb ik laatst ook gedaan. Deze heel aardige meneer had zelf helemaal niets fout gedaan, ik heb dat allemaal zelf verzonnen, maar alleen voor het genereren van aandacht. Ik heb dat vorige zondag gedaan, en afgelopen woensdag. Ik wist namelijk al, dat ik vandaag met iets bijzonders zou komen, dus ik moest zorgen dat deze persoon vooraf geattendeerd zou moeten worden over mijn aanwezigheid. Dit is vermoedelijk namelijk de meest intelligente meneer uit de hele kerk, en deze teksten hebben een heel hoge moeilijkheidsgraad, en ook een heel groot aantal woorden, andere mensen haken misschien na twee alinea’s af, maar hij kan goed lezen, dus handig juist hem ervoor uit te kiezen. Bovendien, en dat is ook handig, is dit iemand met veel geduld, en ik vermoed dat hij niet bang is: om dit soort dingen te openbare moet je namelijk geen angst hebben, dit gaat de hoogte in, zoals bij parachutespringen
Soms wordt het echt wel heel pijnlijk, zoals bij mijn echtscheiding. Ik kwam er rond 2018 achter dat ik een rekenkundig verstand heb. Ik heb het huwelijk nog een tijd “gerekt”, maar uiteindelijk gaat dit niet: iemand met een taalkundig verstand, en iemand met een rekenkundig verstand, “dat gaat niet in een-en-hetzelfde huis”.
Ik vermoed dat mijn ex vrouw compleet verbaasd was, maar ik had de uitkomst van ons huwelijk in een rekensom gestopt, en de uitkomst was negatief. Zij had niets verkeerd gedaan, maar de uitkomst was geen andere.
Je ziet hier trouwens het verschil tussen rekenen en taal en als dat niet samengaat. Ik heb een rekenkundig verstand, ben aan het rekenen en reken erop dat het Evangelie waar is. Zij heeft een taalkundig verstand en taalkundige mensen “houden wel van een potje taalkundig powerplay”: dus zij ging mij uitschelden voor “fantast” en later werd dat opgeschroefd naar “narcist”.
Daar zat geen basis onder, behalve dat zij taalkundig sterk is. Daarom kan zij zulke sterke woorden gebruiken, maar rekent niet met de werkelijkheid: als jij uitrekent wat hier aan de hand is, dan zijn wij gewoon te verschillend, geen probleem toch, gewoon zakelijk aanpakken en regelen die scheiding.
Mijn huidige vrouw Andrea kan dit trouwens ook, van dit soort “gevaarlijke grapjes” uithalen. Zij is ook iemand die ik ken met een rekenkundig verstand.
Zo hadden wij een keer ruzie, en het contact verbroken. Toen vroeg ik of zij toch nog door wilde gaan met de relatie, waarop zij antwoordde: nee hoor, ik heb nu een andere lover, en wij hebben ook seks met elkaar en het is fun.
Een ander zou door de grond zakken. Maar ik rekende erop dat deze uitspraak een ander doel had, en vroeg of zij nog bij mij wilde terugkomen, en dat wilde zij.
Omgekeerd rekende zij er mogelijk ook op dat ik erom zou vragen, want het doel van haar uitspraak was mogelijk deze: een provocatie om mijn aandacht terug te krijgen. Wij zijn waarschijnlijk continu op elkaar aan het rekenen.
Je kan ook andere, meer positieve dingen uitrekenen. Dan krijg je een portie rekensommen waar misschien menigeen gaat afhaken, maar waar ik hoop dat de slimme meneer die op mijn vader lijkt blijft aanhaken, waarom zal ik u zo nog uitleggen.
Maar ik ga even terug naar het verleden, naar een voor mij zwarte dag. Toen stierf mijn vader. Wij zaten in de auto, ik zat op de achterbank, en de auto reed, met 50 km/h, op de Van Hogendorplaan in Doetinchem.
Een taalkundig brein zou misschien denken: paniek paniek, wat moet ik hiervan zeggen. Maar het rekenkundig brein gaat rekenen: zou hij nog leven, of is hij niet meer in leven. Dat is een rekensom, waarbij je eigenlijk op vijftig procent uitkomt: misschien wel, misschien niet.
Misschien ziet u hier een kenmerk dat hierboven ook genoemd is: de taartsnijmethode; jij gaat een taart door twee stukken delen: jij zit op vijftig procent kans dat jij het goed hebt.
Daarnaast gaat het rekenkundig brein rekenen met andere dingen: oei daar komt het kruispunt Van Hogendorplaan-Heemskerklaan, een gelijkvloerse kruising, daar kan wel eens een fietser van rechts komen, van de supermarkt: maar nee, gelukkig niet.
Dit is een rekensom waarbij je opnieuw de taartsnijmethode toepast, maar dan nog een keer de taart overdwars door snijden: een kruispunt met vier straten, dus de taart wordt nu in vier delen verdeeld; jij zit op vijfentwintig procent kans goed.
En daarna reed de auto verder in de richsting van de Kennedylaan, een voorrangsweg. Het taalkundig brein zou misschien formules gaan opzeggen: heilige God help mij redt mij. Het rekenkundig brein gaat echter rekenen en dan krijg je wel een “heel bijzonder rekensommetje”: hoe groot is de kans dat ik daar ga overlijden
Dat kan je uitrekenen: ik ben een onschuldig kind, die horen niet te sterven, dus de kans op overlijden is nul.
Dus zit jij op het nulpunt, nul procent; waarop de auto zich omdraaide en stopte op een parkeerhaven.
Ik vermoed dat mensen hier gaan afhaken: dat kan niet waar zijn!! Maar wie zou anders deze stukjes typen: een geest of gewoon een mens.
Ik kan trouwens nog wel een andere rekensom voordoen, en misschien is die makkelijker te volgen. Want destijds op de Van Hogendorplaan was u er natuurlijk niet bij, maar vandaag zit ik op internet, en als u dit leest u kennelijk ook; en vandaag zat ik bij de Gereformeerde Gemeente Apeldoorn, en u mogelijk ook.
En dan kunnen wij samen in alle rust uitrekenen of God bestaat zo ja of zo nee. Dat heb ik destijds als kind gedaan en de uitkomst was verbluffend. Ik keek naar mijn vader, en stelde vast dat hij inderdaad overleden was, bij een overledene staan de ogen wijd open. Dat was een heel eng gezicht.
Ik ging toen nog een rekensom maken: wat is dit voor wereld eigenlijk, waar ben ik hierin terechtgekomen eigenlijk, waar dit soort dingen gebeuren: ben ik in een of andere horrorfilm terechtgekomen, of zit er orde in deze wereld.
Ik ging weer aan het rekenen, en de uitkomst was: jawel, er zit orde in de wereld, want de auto heeft zich zonet keurig omgedraaid, daar moet een God achter zitten.
En die verscheen toen ook pardoes: er stond ineens een man voor mij op straat, een soort “Godfather” achtige persoon, keurig kostuum, beetje blauw-grijs, hoed op, neutrale gezichtsuitdrukking, maar wel met een heel felle blik op mij gericht. Niet vervelend, maar je kon wel merken: dit is geen gewoon persoon, wie is dit????
Ik volg iemand op Twitter uit Nigeria, hij schrijft geregeld over religie, en dat vind ik interessant. Hij is wel van het christendom afgevallen, en nu atheist. Hij heeft een taalkundig brein, en blijft maar vragen stellen van het type: bestaat God nu wel of niet? Hij blijft maar “ratelen” deze jongeman.
Maar ik heb een rekenkundig brein, en het rekenkundig brein, en ik reken dat uit, en de kans dat God bestaat, is na rekenen: honderd procent; en ik vermoed dat God daarom kwam: jij hebt de rekensom goed!!!! Eindelijk iemand die de uitkomst op honderd procent heeft gezet: he he!!
En misschien ook iemand die dat durft. Maar bang hoef je volgens mij niet te zijn. Hij ziet er dan wel gevaarlijk uit, “beetje Godfather achtig type”, “lijkt op Michael Corleone uit de Godfather film”, maar dat is maar de buitenkant. Je kan gewoon tegen God praten. Zoals ik destijds ook deed.
Dat deed ik trouwens eerst fout. Ik zei als eerste tegen God, waarvan ik nog niet wist dat het God was: hey, handen uit de mouwen, kom hier, zie je niet dat wij hulp nodig hebben, kijk naar mijn vader hier!
Maar dat werkte niet. Je kan kennelijk niet tegen God zeggen: hey, kom mij even helpen, want ik heb mijn pink gebroken, kan jij dat ff fixen. Dat is inderdaad ook wel brutaal. In mijn andere artikel noem ik zulke uitspraken “stumme Signale”: een beetje God aanpraten alsof Hij jou bediende is.
Maar je moet, schrijf ik in het andere artikel, “intelligente signalen” uitzenden, en dat is mij vermoedelijk toen gelukt.
Ik zei namelijk, op dat moment op de parkeerhaven, tegen God: het is mijn tijd nog niet. Daarmee bedoelde ik: ik ben nog maar een kind, ik hoor nog niet te sterven zoals mijn vader; bovendien zit er ergens een moeder op mij te wachten, die heeft net de pannen op het vuur gezet!
Daarop knikte Hij in de trant: goed gezien jochie, jij snapt dit spelletje dat “leven” heet, en ging ervandoor.
Bijlage: Mensen blij maken
Nu de vraag: wat hebben wij elkaar te bieden. Wat moeten wij met opnieuwe deze enorme “tekstmuur van woorden” die jij ons biedt. Dat thema zat ook in de dienst vandaag, en dat heeft niet met God de Vader te maken, maar met Jezus.
Ik ben zelf Jezus niet, maar ik vermoed dat ik wel een denktempo te pakken heb, dat enigszins in de buurt komt.
En dat is “fire”. Als jij zo snel denkt, dan zie je snelle oplossingen voor allerlei maatschappelijke problemen en levensvragen. Je hoeft maar een uur in de tuin te gaan zitten en er komen allerlei oplossingen uit de lucht vallen.
Dus jij kan mensen helpen. Ik vermoed ook dat dit kan gaan lukken. De eerste reactie van mensen is vaak negatief; dat zei de predikant vandaag ook: wij hebben van nature niet de neiging te luisteren.
Dat is lastig want dan kom ik met zo’n tekstmuur en daar houden mensen nu juist niet van. Maar wij delen natuurlijk wel hetzelfde Evangelie: dus dat gaat vast de weerstand breken.
Bovendien moet ik hen ook krediet geven voor hun eigen aandeel, als jij een gezamenlijke strategie hebt, dan gaat het niet aan elkaar vliegen af te vangen. Ik zie mijn manco’s, daar was ik gisteren de hele tijd mee bezig. De andere mensen zijn veel rustiger, en daarom ook zorgvuldiger: jij bent slordig en soms gewoon grof; jij bent weliswaar misschien een goede rekenaar, maar slecht met taal.
Zo vind ik dat zij erop moeten rekenen dat je niet iedereen kan toelaten in Aanmeldcentrum Ter Apel. Waarom laten jullie daar zomaar iedereen naar binnen marcheren, als daar mensen komen uit veilige landen als Marokko of Algerije, dan moet je die toch bij de deur stoppen?
Maar daar stopt het voor mij. Omdat ik relatief zwak ben met taal, ga ik dan schelden: optiefen met die criminelen uit veilige landen; ze hoeven maar “asiel!” te roepen of ze krijgen een bed!! En als mijn moeder ziek is en een ziekenhuis bed nodig heeft, moet ik hemel en aarde bewegen of ze dat krijgt, kankerlijders!!!!!!!!!
Dit is in feite “potje kankeren”. Daar zie je mijn zwakte met taal, ik kan niet beter dan met scheldwoorden rondstrooien.
Maar de normale, rustige mensen zijn taalkundig beter dan ik, die zeggen tegen mij: jij moet niet zo wild schreeuwen. Dat je mensen aan de poort selecteert, daarvoor bestaat ook een net woord, dat heet triage
Dus zij zeggen: jij moet niet zo tekeer gaan, maar netjes hun het woord triage uitleggen, dat komt uit de medische wereld en betekent dat je iemand die roept “ik ben ziek” niet zomaar een bed in een ziekenhuis geeft, en zo zouden mensen in de asielbusiness ook niet iemand die lukraak “asiel” roept een bed moeten aanbieden.
Je kan dat nette woord aan mensen overdragen, en dan kunnen zij dat beter begrijpen, wat er mis gaat bij de behandeling van de asielzoekers.
Zo zouden wij elkaar kunnen helpen. Dat vind ik leuk: zo kan ik leren van mensen met een taalkundig verstand.
Dat reken ik trouwens mijzelf ten goede: dat ik naar hen blijf luisteren Ik kan woorden leren die ik nooit bedacht had: triage!! Hoe kom je erop!
Ook het Evangelie zelf, en dan heb ik het over het Johannes Evangelie, is vermoedelijk geschreven door iemand met een taalkundig verstand; anders had Johannes misschien rekenkundige schema’s gemaakt.
Daar ging ik ook over foeteren: kon Johannes zijn Evangelie niet gelijk van woorden ook van cijfers voorzien!?!? Daar zie je mij weer ontsporen. Maar mijn vrienden zeiden: kijk nu naar de woorden in het Johannes Evangelie, die zijn veel rustiger en beheerster dan die wilde van jou; en ze hebben gelijk.
Dus ik heb jullie nodig en maak graag gebruik van jullie taalkundige kennis. En omgekeerd denk ik dat jullie mij nodig hebben voor het doorrekenen van de juistheid van het Evangelie. Want ik kan de juistheid van het Evangelie narekenen, en dat kunnen jullie dan weer niet.
Zo kunnen we mooi samenwerken. Dat kan mij een boost geven want ik vind dit soort dingen leuk. Dat kan jullie ook mogelijk “een boost” geven, want jullie vinden het vast ook leuk.
Ook de jonge mensen in de gemeente. En dat kan mogelijk hard nodig zijn, nu Nederland gigantisch onder druk staat.
Ik kan doorrekenen bijvoorbeeld, hoe het christendom zich verhoudt tot de islam: geef mij die rekensom, en ik reken het even voor jullie door.
Ik kan dan doorrekenen, dat Jezus het zwaard, de grove oplossing, heeft afgezworen, maar dat Mohammed het zwaard juist weer voorop heeft gezet. De Mohammedanen gebruiken weliswaar Jezus’ naam, maar met Jezus Zelf heeft dat niets van doen. Ik kan dat uitrekenen voor jullie, dat de islam nul procent juist is.
Dat is misschien interessant om te weten, dan hebben jullie rugdekking, en kunnen jullie vervolgens het taalkundige gedeelte doen, om het Evangelie met meer vrijheid, met meer verve, te verkondigen tegen de moslims: blaas die islam ons land uit, weg met dat zwaard. Als je in Nederland asiel vraagt, moet je eerst je “zwaard in het kluisje opbergen”
Dat gaat dan om een extern gevaar. Maar ik kan ook helpen om jullie innerlijke onzekerheid weg te nemen. Bij de mensen kan er altijd twijfel bestaan of het Evangelie wel echt waar is.
Ik kan dat voor jullie doorrekenen. Ik kan zeggen: ik heb het doorgerekend. Het bestaan van God is honderd procent correct. Dan hoeven jullie ook niet bang te zijn voor innerlijke twijfels; en doen jullie dan de rest.
Naschrift
Even een klein naschrift, enerzijds voor Andrea, anderzijds voor u meneer uit Klarenbeek. Eerst voor Klarenbeek. Weet u, vanochtend in de preek zat een psalm waarin God werd bezongen als “eeuwigdurend wezen”. Voor het geval daar nog enig residu van twijfel in u zit, waarvan ik overigens niets bespeurde, dat is inderdaad echt waar.
Ik kan dat benoemen met een onnozel voorbeeld, namelijk van toen ik de eerste dag naar de peuterspeelzaal ging, en u kon aan mij zien: dat was vast niet gisteren. Toen wilde de juf mij in de kring dirigeren: dat doen wij altijd als eerste ‘s ochtends. Maar het was mijn eerste dag, en ik wilde eerst rustig rondkijken. En dat ging ik gewoon doen. Daar zit een rekensom onder: vindt zij vast niet erg. Het had een grappig effect: ze werd er erg blij van: hey, een kind dat niet zomaar “stom” in de kring gaat zitten, maar “mijn” peuterspeelzaal echt waardeert en er rondkijkt naar leuke dingen. Ik hoop dat mijn aanwezigheid vanochtend naast u ook iets van dat effect heeft gehad: hey, een nieuwkomer; u vroeg er expliciet naar, en dat reken ik u ten goede: ja ja, bij jullie in de GerGem bij ik als kind in snoepwinkel, en ik hoop dat u dat zelf ook leuk vindt.
Een ander iets is voor mijn lieve Andrea. Zoals u al hierboven kon zien, eindigen teksten in het Evangelie altijd met schoonheid, en als ik het zacht uitdruk, dan is zij “behoorlijk knap zo niet knetter good-looking”.
Daar heb ik een portie geluk mee, waarvoor ik de goede God heel hartelijk dank “thank-you-very-much”. Andrea, jij hebt bovendien een “rekenkundig verstand” en dat past dan ook goed.
Maar ik wilde even zeggen, dat dit ook verklaart waarom onze relatie een beetje “raar begon”. Dat is net als mijn basisschooltijd: toen had ik van tevoren alvast leren lezen, “want daar gaat het vast over op school”. Daarom vroeg ik bij het begin van de relatie en niet bij het einde: hou jij van mij? Dat is een beetje raar om mee te beginnen; maar wel handig.