Leven met hoogbegaafdheid; risicoscenario’s; psycho-analyse Adolf Hitler; en leven uit genade

Naast het vorige stukje voor de GerGem hier nog een paar losse notities. Deze zijn niet zo netjes geordend. Het is meer een stukje achtergrond over de schrijver.

Er zijn verschillende uitdagingen in het leven, en een ervan is leven met hoogbegaafdheid.

Dat wordt over het algemeen beschouwd als een handig voordeel, maar officieel staat het te boek als een afwijking.

In een gids voor psychiatrie van een bekend docent, staat het gegroepeerd als aparte categorie naast ADHD, ASS (Autisme) en PDD-NOS. Hoogbegaafdheid staat hier dus als een van vier groepen afwijkingen. Het is echter de enige waarvoor je niet terecht kunt bij de huisarts of GGZ: het is geen ziekte, en bovendien, mensen als jullie redden jezelf wel.

Dit is problematisch, want het is natuurlijk wel een afwijking.

Zo had ik mijzelf tijdens de kleuterschool lezen geleerd, maar het probleem is dat ze daar pas in groep drie mee zouden beginnen, om er vervolgens zes jaar over uit te trekken: een doemscenario.

Halverwege de basisschool was ik “in staking” gegaan, maar het lastige is dat de docenten toch niet weten wat ze kunnen doen, dus die “stakingskaart” heb ik ook maar weer ingetrokken, maar dit kan je van binnen wel opvreten.

De middelbare school was een uitdaging op zich.

Hier kon jij niet zomaar “in staking” gaan, dus je moest wel meedoen, anders zakken direct je cijfers. Pas op de uni krijg je wat meer vrijheid, want je kan dan net zoveel colleges skippen als je zelf wilt, en in de tussentijd met je OV kaart door Nederland toeren. Er waren wel verplichte werkgroepen, maar die waren ook nog wel leuk, dan kan je lekker je retorisch talent etaleren om indruk te maken op de docente.

Nu is er nog iets interessanters, vind ik dan, en dat is dat bleek dat je de anderen ook kan helpen en dan wel specfiek met de methode van les volgen. Ik merkte dat zij een bepaald “taaie” methode hanteren. Ik noem dat de “analytische” methode: een vraagstuk in zijn algemeenheid proberen te overzien. Dat is heel moeilijk, en gaat dan ook niet lukken. Dus ik kon andere studenten helpen met een makkelijkere leermethode. Ik gaf als alternatief een eenvoudige rechttoe rechtaan methode, die ik in het vorige stukje de methode “kinderlijke onschuld” of “kinderlijke eenvoud” noem, en die eruit bestaat dat jij een of een paar simpele voorbeelden zoekt die zo helder zijn, dat je daar doeltreffend een gevolg uit kan trekken. Handig die methode, die willen wij ook.

Zo kregen we in de les “rechtsfilosofie” het vraagstuk: hoe verhoudt zich de moraal tot wetenschappelijke ontwikkeling.

Dit is een moeilijk onderwerp. Bij de analytische methode ga je daar ook in vastlopen. Je moet eigenlijk een onderzoek gaan houden naar drieduizend jaar filosofie en theologie, van verschillende culturen, geschiedenis, psychologie. Dat gaat nooit lukken, zeker niet als het opstel binnen een week af moet zijn.

Ik moest het opstel maken met een andere studente, en zij zei: maak jij dit maar, hier ga ik nooit uitkomen. Zo moeiljk is dit echter niet. Je kan echter ook naar voorbeelden dichtbij zoeken, en dan gaat het eens verbazend gemakkelijk. Zo was deze les bij de Universiteit van Amsterdam. Hier licht dichtbij het treinspoor Amsterdam-Haarlem, het eerste spoor in Nederland. Ik weet uit het stripboek (!) “Van Nul tot Nu” dat op moment dat dit spoor aangelegd werd, en protest kwam van boeren, want “misschien zouden de koeien stoppen met melk geven als er zo’n donderend voertuig voorbij zou komen”. Er kwam ook protest van een vereniging van bezorgde burgers, met argument of zo’n trein niet gemakkelijk kon ontsporen

Het opvallende was dat deze bezwaren werden ingebracht onder het motto: morele bezwaren. Maar eigenlijk waren het praktische bezwaren. Dat was al de helft van de oplossing, want zowel de bezwaarmakers, als de ontwikkelaars van de trein zaten niet te wachten op praktische problemen: “wij verstaan elkaar”. Er is toen een deskundigencommissie ingesteld, die heeft onderzoek gedaan en een veiligheidsprotocol gemaakt, en toen kon het toch van start gaan: een mooi voorbeeld van hoe moraal en wetenschap kunnen samengaan. Mensen tetteren graag hoog van de toren met hun “verschikkelijk morele bezwaren”, maar dat moet je een beetje doorprikken, zo van he he, waar gaat het nu echt om. En daarna aan die bezwaren werken.

Ik gaf een ander antwoord, ook uit “Van Nul tot Nu”, over de ontwikkeling van de eerste windmolens, ook vlak boven Amsterdam. Daar kwam bezwaar tegen vanuit de kerk, want de molens draaiden zo snel, “het leek wel des duivels”. Dit werd dus ook gebracht als morele bezwaren. Ook hier was opmerkelijk: onder deze morele bezwaren bleken ook praktische bezwaren te zitten, want de wieken draaiden zo snel, wat als ze eraf waaiden, en tegen iemand aan zouden komen.

Daarop lieten de makers zien hoe vast de wieken zaten, probleem opgelost, en daardoor konden ze gaan beginnen met land ontwateren. Precies zelfde scenario: die morele bezwaren beetje doorprikken, waar gaat het echt om. En dan vervolgens daaraan werken om te voorkomen dat de wieken er inderdaad afvliegen.

Terzijde: in het vorig stukje staat een schema, een balans, met links Activa/natuur en rechts Passiva/mensen. Dat is eigenlijk hetzelfde als Activa/natuurlijke wetenschap en Passiva/morele bezwaren. Maar een echt hard onderscheid bestaat hier niet tussen.

Je kan merken dat in beide gevallen praktische overwegingen een rol spelen, en dat je elkaar tegemoet kan komen door een balans tussen deze twee verschillende gebieden te vinden.

Het opmerkelijk was van deze spreekbeurt: de docent viel bijna van zijn stoel.

Ik vermoed hoe het komt: deze methode kenden ze nog niet. Ze hadden tot nu toe misschien alleen maar taaie analytische voordrachten gehoord, in plaats van zo’n rechtoe rechtaan methode “kinderlijke eenvoud”.

Ik probeer dit nu nog een keer met de GerGem, in mijn vorige blogspot. Die zitten ook aardig vast, is mijn indruk, met de analytische methode bij het bestuderen van het onderwerp “bijzondere genade”.

Terzijde: Dat is een nog moeilijker vraagstuk dan “hoe definieer jij de verhouding tussen moraal en wetenschap”. De moeilijkheid zit hem er denk ik vooral in, dat je opnieuw twee dingen moet combineren, die ogenschijnlijk niet in verband met elkaar staan: de ogenschijnlijke chaos van alles om ons heen, terwijl er anderzijds toch ook orde in zit.

Ook hier kan je wel een oplossing vinden, waarbij ik als suggestie heb gegeven om te kijken welk “signaal” jij uitzendt: hoe zuiver is dat, op welke “frequentie” zit jij. En om te bedenken dat wij leven in een veld van potentiele energie, en dat een veld een signaal opvangt en omzet in een scenario, al naar gelang wat je uitzendt.

Wat er kan gebeuren als jij niet een dergelijke “service” aanbiedt aan de mensen. Dan kan jij als hoogbegaafde lelijk ontsporen. Een bekend voorbeeld hiervan vind ik iemand wiens naam je misschien zal verbazen: Adolf Hitler.

Ik heb passages gelezen uit zijn biografie Mein Kampf, en dan kan je herkennen dat we hier ook te maken hebben met iemand met hoogbegaafdheid. Dat maakt hem gelijk voor mij interessant. Hij schrijft aan het begin van Mein Kampf over zijn schooltijd, en ik signaleer hetzelfde probleem als voor mij: eindeloos vervelen, wat zit ik hier te doen.

Daarnaast zijn er andere signalen. Zo komt hij uit Braunau am Inn, dat ligt in Oostenrijk maar dichtbij de Duitse grens. Hij stelt in zijn boek: aan de ene kant ligt een Duits land, en aan de andere kant ook, wat is dat voor onzin, die kan je toch samenvoegen, “kinderlijk eenvoudig”. Dat hij spreekt over “onlogisch” en “oplossing kinderlijk eenvoudig” zijn signalen dat hij denkt als hoogbegaafden doen. Een andere factor is “design”. Hoogbegaafden hebben vaak een scherp oog voor schoonheid, en bij de parades van Hitler zag het er werkelijk verbluffend uit.

Er zit natuurlijk wel een probleem, en daarvan heb ik ook een analyse gemaakt.

Als jij bekend bent met hoogbegaafdheid, en jij leert hoe dat werkt met bijzondere genade, dan heb je daar mooi profijt van. Het biedt een “vangnet”. Je kan net als iedereen met problemen te maken krijgen, maar jij weet dat er een achtervang is door het bestaan van bijzondere genade. Dat leeft relaxed, zeker voor ons, want als hoogbegaafde zie jij relatief veel, dus ook relatief veel gevaren of problemen, maar leven uit bijzondere genade dekt dat af, anders zou je er nog gek van worden.

Dus als de Tweede Kamer twintig jaar lang migratie in de soep laat lopen, dan zou jij naar Den Haag moeten gaan om de boel te reorganiseren. Je zou eigenlijk het hele democratische bestel moeten afbreken, om met “Fuhrerbefehlen” een beetje orde in die chaos te brengen wat ze daar uitvreten.

Maar dat is alles behalve relaxed. Je kan echter ook de oplossing dichtbij zoeken, want als het goed is, is de oplossing altijd dichtbij, zoals met het spoor in Amsterdam. Stuur dus bijvoorbeeld maar een briefje naar de GerGem en kijk wat dat oplevert. Misschien kunnen zij ontdekken hoe dat werkt met bijzondere genade, met de positie van de kerk in de samenleving, en hoe dat een samenleving van de noodzakelijke “smeerolie” kan voorzien.

Maar dan het volgende: wat als jij zoals Hitler niet bent grootgebracht met bijzondere genade, dan heb jij dat dus niet.

Dat lijkt mij problematisch. Hij heeft het bijzondere vangnet niet. Hij kon geen brief schrijven naar de GerGem van Braunau am Inn. Dus hij moest naar Berlijn om via Fuhrerbefehlen orde in de chaos te brengen. Dat gaat onherroepelijk problemen opleveren met je medemensen, en dat kon alleen met de grootst mogelijke inspanningen bestuurd worden.

Daarnaast ontstaat er een probleem met jouw verhouding met de natuurlijke omgeving. Als jij geen vangnet hebt, kan je zomaar de suggestie krijgen, dat je een enorm wereldrijk moet gaan veroveren, om tenminste het gevoel te hebben dat jij over “voldoende vangnet” beschikt, “een voldoende groot matras” dat je kan opvangen.

Er zijn verschillende studies over Hitler, maar ze kunnen hem niet peilen

Ze proberen dat wel, maar dan passen ze de analytische methode toe. Dat is lastig bij een complex persoon als Hitler. Maar de oplossing kan ook hier eenvoudig zijn: de man heeft een eigen biografie geschreven. En ik begin door te krijgen hoe dat gaat met bijzondere genade en dat je die echt wel nodig hebt. Maar hoe gevaarlijk het kan zijn als jij daarin niet gelooft.

Ik kwam tot deze conclusie omdat ik gisteren heb gelezen over Operatie Barbarossa, de Duitse inval in Rusland. Dat ging van start in ik geloof juni 1941, maar kwam spaak te lopen ergens rond november 1941. Ze konden Moskou niet bereiken. Na de winter begonnen ze weer, eigenlijk pas in de zomer 1942, en het viel op dat Hitler zich liet leiden tot irrationele gedachtes. Hij wilde per se de olievelden in het Zuiden hebben en ook nog per se Stalingrad, en toen bleek dat Stalingrad niet te houden was, wilde hij het ook nog tegen alle adviezen in behouden.

Het is om bijna cynisch van te worden. In de Bijbel is “olie” een bekend symbool, het dient als symbool van geestelijk leven of genade, bijvoorbeeld hoe Jakob bij Bethel een steen rechtopzet en met olie overgiet, of bij een verhaal van meisjes die kaarsen met olie moeten meenemen. En aan de andere kant Hitler die uit allemacht op zoek is naar olievelden. De man was een genie, maar had niet de juiste route gekozen, hoewel hij waarschijnlijk p zoek naar hetzelfde; een vangnet om op terug te vallen voor onze menselijke onzekerheden.

Hierbij wil ik trouwens als schuldige de kerk aanwijzen, en zowel naar verleden als naar de toekomst. Ik schreef hierboven over de kerk en de rol in de samenleving. Een kerk moet geen samenleving runnen, zoals in Iran de geestelijkheid; maar kan wel fungeren als “mental coach”: aan de slag.

Next
Next

Brief aan GG Apeldoorn