Kroller-Muller museum
Ik heb - op een superhete dag - een bezoek gebracht aan het Kroller-Muller museum in Otterlo (hier zonder umlaut, ik mis even de toetsen op de computer). Het museum is bekend vanwege onder meer zijn grote collectie schilderijen van Vincent van Gogh.
Het zou mij benieuwen hoe andere mensen dit ervaren. Ik ben zelf een absolute “leesgek”, dus lees graag na een bezoek alles wat los en vast zit over dit museum, wanneer het is gebouwd, door wie, en dan blijf ik mij verbazen over wat je allemaal kan ontdekken.
De locatie: landgoed van de Kroller-Mullers
Het museum ligt op een best wel bijzondere plek: midden in een bos op de Veluwe, en niet het meest mooie stuk bos: een stuk droog heidelandschap met goedkope denneboompjes en zo nu en dan wat origineel loofbos. Het is het landgoed van ooit de rijke familie Kroller Muller. Er ligt een groot jaren 1920 landhuis, ontworpen door de beroemde architect Berlage
Een stukje van het landhuis vandaan ligt het museum, in een vrij modern gebouw. Als je het museum binnenloopt, zie je links op het raam een afbeelding van de stichter: Helene Kroller-Muller, gezeten op een paard.
Daar ging ik eerst eens over lezen; wat zijn dat voor mensen. Het bleken grootindustrielen, afkomstig uit Duitsland. Helene was geboren in Essen, en haar man Anton was weliswaar geboren in Nederland, maar ook oorspronkelijk van Duitse afkomst. Anton was een zakenman, en een vriend van haar vader.
Ze deden onder andere aan mijnbouw, ijzererts. Ze hadden mijnen in onder meer Spanje, Algerije, van daaruit verscheepten ze dat naar de haven van Rotterdam, en dan naar het Roergebied, voor de staalindustrie. Dat was een booming business in die tijd. Daarnaast begonnen ze graantransport, ze deden aan graanhandel uit landen als Rusland, Roemenie, Argentinie.
Deze familie is helemaal knetterrijk geworden in de Eerste Wereldoorlog. In die periode gingen de grote Europese landen met elkaar knokken, en iedereen ging elkaars business blokkeren.
Maar Nederland was neutraal. Dat was een mazzeltje voor de Kroller-Mullers, die gingen vrolijk spullen leveren aan alle strijdende partijen en werden er giga rijk van. Echtgenoot Anton Muller verdiende zoveel geld, dat hij zijn echtgenote Helene Kroller een blanco cheque gaf om onbeperkt te gaan shoppen, en maakt niet uit wat: dure schilderijen no problemo. Ze wilde daarmee een museum openen op hun landgoed in Otterlo; enerzijds een mooi duur landhuis, en anderzijds een museum (het landhuis staat er, maar het oorspronkelijke museum is nooit afgebouwd, het huidige museum is het “tussenmuseum” wat diende als tijdelijke opslag)
De voorkeur voor Van Gogh met zijn schilderijen van arme boeren
Hier was iets opmerkelijks. Helene kocht van alles, maar bij voorkeur schilderijen van Van Gogh, en dan bij voorkeur schilderijen van arme boeren, zoals een versie van de aardappeleters, maar nog meer van dat soort taferelen. Ik las tegelijk in een biografie over haar, dat zij erg streng was tegen haar personeel: daar werd niet tegen gesproken, “want arbeiders zijn Untermenschen”.
Dat kon ik niet helemaal rijmen. Ik ging verder lezen en zag dat ook dat de arbeiders in de mijnen van Anton Muller het erg zwaar hadden, die werden ook beschouwd als Untermenschen en waren alleen genoeg om heel hard te werken: werkweek van 60-70 uur, kinderarbeid, leefden in erbarmelijke omstandigheden, vatbaar voor allerlei ziektes zoals TBC, maar “who cares”; een heel laag loon nauwelijks genoeg voor de eerste levensbehoeften, en je kreeg je geld niet in valuta, maar in fiches, daarmee moest je goederen kopen in de “kampwinkel” die ook bezit was van Anton Muller, “want zo kon je de arbeiders goed onder controle houden”, “dat was zijn beleid”, hij noemde dat “community control”; tegenwoordig zou je zeggen “coercive control”
Ik dacht bij mijzelf: wat zou Helene in hemelsnaam dan hebben gezien in de schilderijen van Van Gogh van die arme boeren, die maar moesten ploeteren, en helemaal niks te zeggen hadden, terwijl zij zo’n hautaine dame was en zij hun huispersoneel en de arbeiders in de mijnen als uitschot behandelde?
Het was in ieder geval niet dat zij niet op de hoogte was van het lot van hun arbeiders, ze stuurde zelfs een bevriende schilder naar hun mijnen in Spanje, om mijnwerkers te schilderen, al zwoegend; en ik zag ook een schilderij met vrouwen met zware zakken kolen op hun rug zeulen: dat was ook in haar collectie, en zij vond dat “hemels”.
Ik kon het niet begrijpen, je moet wel een meester in de psychologie zijn, om hier iets van te begrijpen.
Dat heb ik wel eens beoogd te zijn, maar tegenwoordig hebben we A.I., dat is beter, dus ik heb daar eens even een paar vragen over gesteld. De A.I. kwam met een geraffineerd antwoord: psychologisch witwassen van schuld.
Hoe werkt deze witwas techniek
Deze familie verdiende bakken met geld “dankzij” het leed van duizenden arbeiders die zij uitbuitten. Dan kan jij twee dingen doen. Je kan die mensen een hoger loon geven, en hun werkweek bekorten tot een acceptabele 36-40 uur.
Maar jij kan ook op dezelfde voet verder gaan, en dat geld wat jij door hen verdient gaan “psychologisch gaan witwassen”: door een schilderij van die arbeiders aan de muur te hangen, en te zeggen “och, jee, wat beelden zij toch de menselijke natuur mooi uit”, “ach ach ze stelen mijn hart, die arbeiders”
Helemaal als het is geschilderd door Van Gogh, die zij als een soort God beschouwde. Tegen deze of gene tafelgast, die misschien zou opmerken: “hoe denken die mensen er zelf over, die arbeiders”, “ik zie ze daar alleen maar rauwe aardappelen eten op dat doek en jij zit hier aan het kaviaar”, zou zij zich kunnen rechtvaardigen door de sublimatie van de kunst: “Als de arbeiders niet zo’n zwaar leven hadden gehad, had dat ook niet zulke mooie kunst opgeleverd!”
Als die zeurkous aan tafel dan nog had tegengesputterd, met de vraag of het een het ander wel waard is, dan had Helene haar troefkaart kunnen spelen, en kunnen zeggen: “Maar kijk dan welke naam er onder dat schilderij staat”, “zie je niet: Van Gogh!” Ze had dat naar voren kunnen brengen, hoewel zij atheiste was, alsof het schilderij persoonlijk was gesigneerd met de naam “Van God”. Met andere woorden, iedere kritiek was bij voorbaat uitgesloten, bij zoiets subliems als deze kunst maar helemaal met zo’n naam eronder: hou je waffel, en geniet van je kaviaar; het lijden van onze arbeidende medemens is gesanctioneerd door de kunst aan de muur en de naam die onder het doek staat.
Een algemene regel
Dit is een interessant psychologisch fenomeen. Ik chatte met de A.I. hierover. Het ging erover dat als jij verkeerd bezig bent in je leven, bijvoorbeeld arbeiders uitbuiten, dan kan jij jezelf corrigeren en de arbeiders een wat beter loon geven. Dat is de ene oplossing. Maar jij kan ook “va banque” gaan en dat geld wat jij verdiend hebt psychologisch gaan witwassen.
Ik wist niet wat ik hier verder van moet denken: behalve de mensen die hier rondliepen in het museum, zitten die dan hier ook dingen te witwassen. Ik vroeg het de A.I. en die zei: natuurlijk, maar nu is het dan witwassen van de prijs van je entreekaartje
Dat is voor mij een probleem. Ik lees op dit moment een boek “De Laatste der Rechtvaardigen” (Schwartz-Bart). Dit vind ik een fenomenaal boek, en sommige zinnen lijken zomaar op een schilderij van Van Gogh. Zo schrijft de hoofdpersoon dat hij een leuk meisje heeft gezien met een nachtblauwe jurk; en hij schrijft dan dat hij kijkt naar de nachtblauwe hemel met wat sterren, maar het doet hem denken aan de nachtblauwe jurk van die jongedame met een speld “als een ster daarop geprikt”. Nou, dat is haast zoals Van Gogh schilderijen maakt.
Dit boek gaat over mensen met “hyperfocus”, met een hoog bewustzijn, en die mensen hebben ook een hoog rechtvaardigheidsgevoel, die houden niet van dit soort witwastrucs. Maar ja, wat kan jij er a posterio nog aan doen? Andrea zei: je zou kunnen zorgen dat dit soort schilderijen gratis beschikbaar zijn. Ik weet niet. Ik zou die Kroller-Mullers wel wat harder willen treffen. Allereerst gaat hun naam van het park en het museum af. Je kan het terrein ook gewoon vrijgeven, het bos is helemaal niet bijzonder. Helene vond het een leuk idee om schilderijen ergens in een museum in een bos onder te brengen, ergens waar je met publiek transport niet bij komt, “dan komt het plebs niet in de buurt” ; nou helaas pindakaas, dan zou ik de schilderijen terugbrengen naar de stad. Je zou ze bijvoorbeeld kunnen hangen in NS treinstations. En ik zou tegen moderne mensen willen zeggen: pas op voor dit soort “moderne witwastrucs”, “niet dat je denkt dat je een hoofddoek opdoet of zo, dat je dan een graad beter bent dan een ander” ; maar ook voor westerse mensen, dat als ze een Mercedes hebben, dat ze je dan kunnen afsnijden op de snelweg (zoals mij vandaag gebeurde). Het lijkt wel, denk ik soms, alsof moderne mensen dit “psychologisch witwassen tot hogere kunst hebben verheven”