Julius Evola
Op Twitter schreef iemand dat hij een boek had gelezen van Julius Evola, The Hermetic Tradition. Ik ken Evola niet, al heb ik zijn naam vaker gehoord, iemand die veel schreef in vooral jaren 1920-1940, en politiek rechts. Maar ook een beetje een Einzelganger.
Dat maakt hem gelijk interessant. Ik wil er aan de andere kant niet teveel tijd in stoppen hem te bestuderen, ik doe meestal een “mini-onderzoek”, een soort MRI scan waarbij je direct weet wie je voor je hebt, net zoals je vaak aan het gezicht van iemand al snel weet wat je aan hem of haar hebt.
Ik heb tien a vijftien minuten besteed aan het bestuderen van Evola. Eerst een artikel op Reddit van iemand die heel negatief over hem was. De man schreef: Evola wilde aan magie doen, om op een of andere manier een overwinning te behalen op de dood.
Maar het experiment om aan magie te doen mislukte. Toen ging hij dan maar aan politiek doen, want als je de dood niet kan verslaan, dan kan je de dood altijd nog “vieren” door onder vlag van politiek mensen te vermoorden.
Dat is nogal een ferme uitspraak; of dat zo is weet ik niet. Ik ging maar andere dingen lezen: een artikel over Hermecitisme, nog nooit eerder van gehoord; en daarna het Wikipedia artikel over Evola. Nu even nadenken waar we mee te maken hebben.
Evola’s anders zijn
Voordat ik inga op wat Evola zegt en schrijft, vind ik het vaak handig om een paar initiele observaties te maken, gewoon “kijken met je ogen”. Dat kan je ook wel benoemen als de “fenomenologische methode”, iets waar bijvoorbeeld Martin Heidegger over heeft geschreven, iets wat hij had overgenomen van Edmund Husserl. Hij vatte dit samen als "terug naar de dingen zelf", waarbij we moeten kijken naar hoe dingen direct aan ons bewustzijn verschijnen, los van aannames en theorieën
Husserl komt uit de mathematica. Wat noch Heidegger noch Husserl weten, is wat eigenlijk de ratio hiervan is, van dit idee van “we moeten kijken hoe dingen direct aan ons verschijnen”, “los van aannames en theorieën”. Wat dit betekent, wat hier de ratio van is, is dat wij mensen minder moeten “babbelen” maar meer “rekenen”. De fenomenologische methode verlegt het primaat van “taal” naar “rekenen”. Ik vind dit een zinvolle methode, want rekenen is meer exact. Taal is altijd een beetje slordig, en leidt vaak tot een heleboel meningen; maar rekenen is heel exact, 10×10 is altijd precies 100, en geen enkele andere uitkomst is geldig (“valide”). In zekere zin kan je zeggen dat een talige methode om fenomenen te analyseren een wat slordige methode is, en een rekenkundige methode om fenomenen te analyseren is een precieze, exacte methode en dus beter.
Dit kan nog veel interessanter worden, als we een rekenkundige methode gaan gebruiken om Evola te analyseren. Als jij een talige methode gaat gebruiken, dan kan je kijken welke kwalificaties, welke taalkundige kwalificaties, je op hem kan plakken: was hij een esotericus, was hij een materialistisch idealist, of een transcedentaal idealist, was hij pro-Mussolini of anti-Mussolini.
Je kan daar nog honderd-en-een dingen aan toevoegen. Je kan ook de fenomenologische methode toepassen, en dat betekent dus meer rekenkundig, meer mathematisch Evola gaan observeren. Dat betekent gewoon eerst eens wetenschappelijke observaties maken, gewoon “kijken met je ogen”. Wat jij dan kan observeren: die man was anders.
Dat is iets wat alle voor- en tegenstanders van Evola gemeen hebben, ze erkennen allemaal dat de man anders was, en daardoor ook eigenlijk wel fascinerend. Als jij vervolgens de fenomenologische methode netjes toepast, dan kan jij ook gaan doorrekenen, je kan namelijk uitrekenen hoe dat komt: hoe kan het dat die man zo fundamenteel anders was?
Als ik dat zelf doorreken kom ik op het volgende: het heeft vermoedelijk een biologische achtergrond. Misschien zou Evola daarvoor in zijn handen klappen, want hij zocht ook naar biologische wetmatigheden, maar hier heb ik er volgens mij een gevonden.
Al baseer ik mij hierbij op onderzoek van na zijn tijd, dat kon Evola niet weten. Het gaat om iets wat ze in de jaren 1980 hebben gevonden, toen wetenschappers ons brein nader gingen bestuderen. Ze kwamen er toen achter: onze hersenen bestaan uit een rechterhersenhelft voor creativiteit; meer voor taal; en een linkerhersenhelft voor analytisch denken, rekenen.
Die twee hersenfuncties hebben ze toen ontdekt. Maar wat ze er niet bij zetten, is dat die rechterhersenhelft dominant is! Net zoals de meeste mensen rechts zijn met hun rechterhand, zijn de meeste mensen “rechts” met hun rechterhersenhelft, waardoor ze de neiging hebben sterk in te zetten op taal, en het rekenen onderontwikkeld is. Dus mensen zijn nogal geneigd tot kletspraatjes te vervallen en ook om daarin te geloven.
Die kletspraatjes zijn meestal van het type “puddingpraat”. Evola is echt een heel ander type. Hij is veel pittiger en veel meer recht door zee. Ik vermoed dat hij daarom “links” dominant heeft, dus het rekenkundig-analytische.
Het contrast kan bijna niet groter zijn
Als de rechter hersenhelft dominant is, dan kan je er ook vanuit gaan dat dit bij de meeste mensen zo is; en dat kan je inderdaad vaststellen: de meeste mensen zetten zwaar in op taal en het rekenen is verreweg onderontwikkeld.
Dat kan je dagelijks zien, ik hoef Twitter maar weer te openen en moet je nu toch weer eens zien. Dus ik opende vandaag Twitter en daar stond een foto van een interview van de theoloog Arnold Huijgen, bij TV predikant Jan van den Bosch.
Dat zijn typische normale mensen met de rechterhersenhelft dominant. Dat kan je al aan het uiterlijk zien. Het zijn mensen van het type “keurig en netjes”; als taal dominant is, dan volgen mensen vaste (taalkundige) formules, vaak de formule “als ik er aan de buitenkant maar netjes uitzie, dan is alles goed”.
Hun rekenen is onderontwikkeld, dus redeneert het rechterhersenhelft brein aldus “ik hoef er geen rekening mee te houden dat ze hier doorheen kijken”, “hoef er geen rekening mee te houden dat dit wel een beetje oppervlakkig is”
Deze mensen houden nergens rekening mee; dat is omdat het rekenen onderontwikkeld is. Ze hebben van geestelijke zaken geen verstand, maar zetten gewoon een paar leuke, vrolijke bloemetjes op tafel, ze zorgen dat hun haar goed zit, dat ze een mooie glimlach rond hun gezicht toveren, “want dan is het goed”.
Ze gaan dan theologie bedrijven van het type “kleuterschool poezie-album”: “een paar leuke versjes”, dan zijn ze blij, wat zo wil dat hun taalkundige brein.
Dat is het taalkundige brein “to the top”: die gaat niet rekenen hoe het Evangelie in elkaar zit, maar smult van een paar leuke poezie versjes. Het is zo slecht, dat ik dringend een flinke slok koffie moet nemen om dat weg te spoelen.
Dat komt omdat ik cognitief “links” ben; dus linkerhersenhelft dominant. Dan pas ik het Evangelie heel anders toe: analytisch. Als jij dat doet, dan kan jij vaststellen dat in Genesis 2 mensen worden opgeroepen om meer te rekenen: reken op de Heere, reken erop dat je niet van deze boom eet. Dat hoef je niet letterlijk-taalkundig op te vatten, dat zou weer veel focus zijn op taal. Dat kan je mathematisch-symbolisch opvatten, namelijk als een commando: meer rekenen!!
En in Genesis 3 staat de zondeval en dat komt omdat mensen vallen voor kletspraatjes. Dat hoef je ook niet letterlijk-taalkundig op te vatten, maar kan je weer symbolisch opvatten als een commando: geen kletspraat, maar rekenen!!
Kijk, dat is nog eens andere koek, hier zijn we ineens van de kleuterschool met het prevelen van poezie-albumversjes aanbeland in het leger, en daar regent het commando’s die aan duidelijkheid niets te wensen overlaten. Daarnaast kan jij vaststellen wat jij met het Evangelie praktisch kan doen (rekenen is exact, dus van het praktische), zoals een asielcrisis oplossen.
Als er nu een Algerijn komt in Ter Apel, en roept “asiel!!” dan wordt hij toegelaten tot de procedure en krijgt twee jaar onderdak in een AZC. Dat komt omdat de wijzer van onze klok nu staat afgesteld op “kletspraat”; deze man verkoopt kletspraat en wordt ervoor beloond. Als jij overschakelt van “kletspraat” naar “rekenen”, dan kan hij tegen hem zeggen: ik kan uitrekenen dat Algerije een veilig land is dus doei.
Dat doen deze heren niet. Het taalkundige brein houdt van “een babbeltje”, dus die gaat aan een mooi gedekte tafel een beetje zitten kletsen, graag een paar lieflijke woordjes.
Dus Huijgen, let op ik verzin dit niet, vergeleek de liefde van God met een moeder die haar kind de borst geeft en tegelijkertijd lieve woordjes tegen het kind prevelt.
Je zou kunnen zeggen: wat is daar nu op tegen, dat is toch een lieflijk beeld!? Maar zo werkt dat niet, er zitten twee hele grote nadelen aan. Allereerst, als jij dus een asielprobleem krijgt in jouw land, hoe gaan deze nette mensen dat dan oplossen met het Evangelie? Dit zijn mensen die zwaar inzetten op taal, zoals “lieve poeziepraat woordjes prevelen”, in hun praatprogramma, maar ook als asielzoekers maar “asiel” roepen dat zonder enig onderscheid gaan belonen met een plaats in een AZC!
Het tweede nadeel is dat zij met hun poeziealbummethode het “flauw” vinden “als jij de pret bederft door te zeggen dat ze meer moeten gaan rekenen”. Dus als jij deze mensen uitlegt dat het zo niet werkt met het Evangelie, dat het Evangelie zelf indiceert dat je moet kappen met die kletspraatjes, dan “vinden ze dat flauw”, “jij bederft de pret”. Deze mensen zijn “kletspraatjes” gewoon, en dat betekent dat ze nergens mee hoeven te rekenen, noch met het belang van ons land, noch met het Evangelie zelf!!!!!!!!!!
Evola is echt een heel ander type. Hij is veel pittiger en had vermoed ik graag de bloemen van de tafel gemikt en Huijgen en Van den Bosch de kamer uitgejaagd, alsmede de klaplopers onder de asielzoekers het land uitgejaagd. Dat kan je taalkundig kwalificeren als “pittiger kerel”, maar fenomenologisch, ofwel rekenkundig-analytisch, zou ik zeggen: bij Evola is de linker hersenhelft dominant, en dat maakt hem een heel andere persoonlijkheid: scherper, analytischer.
Kennelijk is Evola cognitief “links” wat betreft welke hersenhelft dominant is, dus bij hem is het rekenen dominant. Taal is bij hem niet dominant. Hij probeert het wel even, in het begin van zijn carriere. Ik zag een fase in zijn leven waarin hij begint met poezie, een beetje avant garde poezie, maar dat is al snel klaar. Daarna zit er in zijn leven een fase waarin hij bezig is met “hermeticisme”, dat gaat over spiritualiteit, een fase met zijn “magische formules”, maar dan is hij het ook zat. Ik beschouw dit meer als een “overgangsfenomeen”, de “taalkundige eerste helft van zijn leven”.
Hij gaat dan door naar de meer serieuze dingen, zoals politiek, en daarvoor gebruikt hij rekenen, de “mathematisch rekenkundige tweede helft van zijn leven”. Dan gaat het om vragen als: op wie kan ik rekenen, kan ik rekenen op de kerk, kan ik rekenen op Mussolini, kan ik rekenen op Duitsland
Het grappige vind ik, dat ik dit zelf ook zo kan ervaren. Gisteren liepen we met Andrea langs de boulevard van Buenos Aires, de wijk Vincenze Lopez. Dit is een “posh neighbourhood”. De meeste mensen waren aan het sporten, ik heb geloof ik alle sporten voorbij zien komen: vooral hardlopen maar ook racefietsen, fitness, gewichtheffen, rollerskaten, voetbal, hockey.
Wij liepen daar en ik met mijn hoed, zo’n type die ook oudgereformeerde predikanten of Joden dragen, en ik vroeg: wat is dit nu, waarom zijn wij zo anders, en Andrea zei: dat is omdat wij van de priesterklasse zijn. Ik vroeg mij af waarom dat zo anders is als sport, maar Huijgen sprak ik het interview ook over sport, hij had een aantal maal de Mont Ventoux beklommen met zijn racefiets. Het taalkundige brein is kennelijk ook een sportief brein. Ik heb ook wel gesport vroeger in mijn leven, maar op gegeven moment wordt dat saai.
Hier zit misschien nog wat onder. Ik ben meer rekenkundig-analytisch, dus ik “reken met de Heere”, dat is mijn ideaal, en dat is een hoog ideaal. Maar deze mensen zijn minder rekenkundig ingesteld, en als jij dan gaat rekenen wat jouw ideaal wordt, dan is dat een laag ideaal, en dat is de “sportman of -vrouw”, “en dat ben je idealiter zelf”
In principe hebben mensen zoals Evola of ik in deze werkelijkheid van sportlui niets te zoeken; wij mensen van de priesterklasse. In de geschiedenis ben ik tot nu een enkel voorbeeld tegengekomen waarin dat schisma is doorbroken, toevallig net in Evola’s tijd, namelijk via Hitler en Himmler. Dat waren ook twee mensen die cogntief “links” waren, “linkerhersenhelft dominant”. Zij waren dan ook veel scherper dan andere mensen, konden veel scherper problemen analyseren en oplossen. En zij waren ook in staat de massa’s aan zich te binden.
Het probleem met hun twee was wel dat er als het ware “geen rem” op zat; ze gingen in het begin snel als een raket maar daarna even snel weer omlaag, doordat ze aan allerlei kanten uit de bocht vlogen.
Dat zie ik met Evola ook gebeuren. In principe is “rekenen” een hogere vorm van menselijke cognitie, maar daardoor ook “moeilijker”. Met taal kan je gemakkelijk een boel onzin in elkaar flansen, waarbij het dan nog goed lijkt ook. Zo had ik gisteren voor de grap even voor Andrea de “materialistische professor” gespeeld. Ik zei: liefde bestaat niet, liefde is alleen maar een teken van disbalans in ons evenwichtsorgaan die in onze oren zit. Als een vrouw door haar mooie uiterlijk ons van ons stuk brengt, dan betekent dat, dat zij ons uit ons evenwicht brengt, dan willen wij graag horizontaal liggen; en om te voorkomen dat de vrouw het dan nog een keer doet, liefst bovenop haar.
Zo kan je als een of andere Freud of Marx onzinpraatjes vertellen en het lijkt nog waar ook. Dat is heel gemakkelijk, en doe ik graag bij wijze van grapje. Maar rekenen is een stuk moeilijker.
Stel je voor dat je zelfs moet rekenen met (!) een waarheid die in het Evangelie schuilt, en dan niet gaan kletsen of dat wel of niet Joods is, maar een tijdloze waarheid.
En ook nog rekenen met zoiets als potentiele energie, die in onze werkelijkheid zit; rekenen dat als jij goed rekent, dat jij dan intelligente signalen afgeeft, die van invloed zijn op het veld van potentiele energie, en daarmee op jouw levensscenario. Dat zijn dingen die ik bij Evola mis. Dus hij zat vermoedelijk wel op de goede weg, had de goede methode te pakken, maar de uitwerking was niet goed. Hij had dat Evangelie niet zo gauw moeten wegmoffelen, daarin zitten belangrijke waarheden. Dat had hij explicieter kunnen maken. Nietzsche was in dezelfde fout getrapt. Hij dacht ook: wat zijn mensen zoals al de Huijgens uit Nietzsche’s tijd toch een losers, “dan geven we het Evangelie maar op”. Welnee, dat Evangelie daar is niets mis mee, je kan dat recht zetten, en vervolgens alle Huijgens ook rechtzetten, in het gelid, maar dan wel met hun mond dicht, om te luisteren naar de leiders; en als zij van sport houden, dan stuur je ze het veld in, maar niet om de Mont Ventoux te beklimmen, wat heb je daar nu aan, maar om het land te reorganiseren.