Bram Bakker, Gek van verlangen (boekverslag)
Van het weekend was ik in Parijs, en dat noemen ze de stad van de liefde. Nou valt dat mee, want ik ben er vroeger ook wel als “incel” geweest.
Bij vertrek op Amsterdam CS was er nog tijd en keek ik rond in de boekhandel. Er lag daar een boek waarbij op de omslag stond dat het ging over liefde, geschreven door een man die na 20 jaar zijn vrouw had verlaten, met wie hij twee kinderen had.
Zoiets komt mij erg bekend voor, dus dat boek gekocht, ook al vond ik het eigenlijk veel te duur, bijna 22 euro voor 180 pagina’s?
Er was nog een andere reden om geen boeken te kopen: ik doe dat al een hele tijd niet, want mensen zijn ontzettend slechte denkers. Hun topdenkers zijn standaard compleet negatief.
Zo gaat Tolstoy in Oorlog en Vrede het lieve meisje Sonya Rostova afkatten, dat arme meisje mag niet trouwen en Tolstoy zal wel even uitleggen dat dit zo hoort, want zij is een loser. Hij noemt haar een “sterile flower”. De oplettende lezer weet dat dit geenszins het geval was; maar ik vermoed dat Tolstoy met een of ander trauma zit en zijn negatieve gevoelens op Sonya afreageert
In Anna Karenina zit iets soortgelijks. Zij hoort ook niet gelukkig te worden in het leven, zij is een wat flinker karakter, en al getrouwd, maar dan flikker je haar gewoon onder de trein en opgelost. Bij Sonya zal hij wel even uitleggen dat ze niet mag trouwen en bij Anna dat ze niet mag scheiden.
Mensen vinden deze boeken over het algemeen top; maar ik zou wel eens willen weten met welk psychologisch probleem Tolstoy te kampen had; en waarom hij het niet wist op te lossen, want het gaat progressief slechter; Sonya belandt nog “slechts” in een hoek, maar Anna al onder de trein.
Ook als het meer op het theoretisch vlak is, is het compleet negatief. Zo zegt Nietzsche dat het goed is om zoveel mogelijk onheil in je leven tegen te komen, want daar word je hard van. Alsof het leven een soort bootcamp is.
En als aan Jezus wordt gevraagd hoe je wedergeboren moet worden, dan ontploft hij met een: weet ik veel, iets met water en Geest of zo, val me niet lastig met die moeilijke vragen, weet je dat zelf niet.
Hier word ik niet vrolijk van, als je vriendelijkheid zoekt, word je afgeblaft door een strenge man met een snor dat je 100 pushups moet doen; en als je antwoorden zoekt, krijg je ook een “lash out”; nee, niet leuk, dus hoewel ik nog lid ben van de bieb, kom ik er nog maar nauwelijks, en in boekwinkels uberhaupt niet.
Maar dus maximaal als je wat staat te lummelen voordat de trein vertrekt, en ik dacht er toch aan te beginnen, aan het lezen van dit nieuwe boek; en dat het ook wel geinig is er een verslag van te maken, een beetje zoals scholieren boekverslagen maken, net alsof ik weer op de middelbare school zit.
Luxemaxxen in de TGV en het boek bij de hand
Dan de analyse. Dat lijkt met dit boek niet supermoeilijk. Het gaat om iemand die de middelbare leeftijd is gepasseerd en zich gaat herontdekken of herorienteren. Hij is ziek geweest, een probleem met balans, zijn leven komt dan even tot stilstand, zo begrijp ik, een paar maand uit de running; en als je stil staat is het altijd goed nadenken.
Ik leid uit het boek af dat hij leert om relaxter te leven. Je zou verschillende deelthema’s kunnen ontrafelen.
Zo valt op dat hij rustiger aan doet met werk; hij laat zijn registratie als psychiater verlopen en gaat verder op ZZP basis.
Ook zou je kunnen zeggen dat hij het relaxter aan gaat doen in persoonlijke relaties, zoals met zijn familie; misschien iets kwetsbaarder durven opstellen in relatie tot zijn kinderen; misschien iets kritischer durven opstellen in relaties tot zijn moeder. Ik noem dit relaxter aan doen, omdat je wat minder vast zit in bestaande rollen of patronen, en meer uitgaat van objectieve observaties.
En, daar gaat het in dit boek uiteindelijk om, relaxter aandoen in liefdesrelaties; minder een kwestie van “moeten”, “verdienen”, of uitgaan van bepaalde (zelfbedachte) verwachtingspatronen bij de ander, en meer een kwestie van “fun”.
Er zit een laag onder, zou ik willen zeggen, die het boek net wat interessanter maakt dan de gemiddelde zelfhulpgids. Zo suggereert hij dat als je wat minder zwaar je best doet, of wat minder streng najaagt, de dingen vanzelf lijken te komen. Net alsof de natuur je een handje helpt.
Dat kan suggestie zijn, zelfbedrog, maar het lijkt hier een persoonlijk geloof. Dat komt ook tot uitdrukking in zijn suggestie dat toeval niet bestaat; dit wordt een paar keer in het boek genoemd.
Dat toeval niet bestaat geloof ik zelf ook; al is het nog wel lastig dat uit te werken: hoe zou dat werken?
Ik zou hem kunnen vragen: zie jij dat ook, hoe zich dat ontwikkelt in jouw leven, dat meer relaxter aan doen?
Eerst leer je relaxter leven, als grondprincipe, doordat je even wordt stilgezet. Maar als je kijkt op welke deelgebieden dat zich uit, dan zit daar een logische volgorde in, dat is niet zomaar “at random”.
Misschien, zou ik dan kunnen zeggen, ken je de leer van Plato van goedheid, waarheid en schoonheid. Als je daar nog geduld voorzet, van geduldig nadenken, dan heb je de vier dimensies van ons geestelijke leven, net zoals de fysische buitenruimte vier dimensies heeft; met geduld als het equivalent van tijd, en goedheid, waarheid en schoonheid als de equivalenten van onze drie ruimtedimensies.
En dat zie je terug in het dagelijks leven. Zoals geduld als hij ziek wordt en tijd krijgt na te denken; even stil gezet wordt. En goedheid kan je zien in een terrein als werk, is het nog wel goed daar onbeperkt energie in te steken, hoe goed moet je eigenlijk zijn in het leven, moet je eindeloos prestaties najagen?
Je ziet een ander element, waarheid, meer in persoonlijke relaties, als waar komen wij vandaan, waar staan wij, hoe zit de verhouding met ouders en kinderen; en het element schoonheid zie je als waar sta ik in liefdesverhoudingen.
Dit is alleen nog maar een beetje “spelen met begrippen”; een beetje goochelen met de begrippen geduld, goedheid, waarheid en schoonheid; maar niet helemaal als spelletje, maar ook om te laten zien dat dingen echt geen toeval zijn.
En ik vind het daarbij eigenlijk nog leuker om aan te duiden hoe je toeval bijna kan uitsluiten; hoe je je levensloop positief kan beinvloeden, door een positieve levensovertuiging.
Ik heb er een uitwerking van gemaakt, die op een andere pagina op dit blog staat, en ik noem dit zelfs een nieuwe religie, why not, want ik vond de oude zo streng. Ik noem het dus negatieve theologie en dat heeft een reden. In deze negatieve theologie ga ik uit van het niet bestaan van God, maar ik doe net alsof God wel bestaat. Als ik bijvoorbeeld ziek zou worden, dan vraag ik niet, op commando: God, U bestaat, dus wilt U mij genezen? Maar ik vraag, op gevoel: is er een God die dit kan uitleggen?
Die is er niet. Maar dat is part of the deal: als er geen God bestaat die dit kan uitleggen, dan is er ook geen rechtvaardiging voor. En dan kan er ook iets anders gebeuren, iets goeds (bijvoorbeeld een verlossend telefoontje van een arts).
Ik heb dat zo wel eens meegemaakt, mijn ex vrouw was ernstig ziek, ongeneeslijk mogelijk; ik liep naar de tuin en vroeg: kan iemand dat uitleggen? En prompt ging een telefoontje binnen: sorry, misdiagnose.
Dat kwam vaker voor, en ik dacht: hoe kan dat nou weer? In beginsel had ik het uitgesloten, maar het past wel bij de werkelijkheid. Mogelijk kan het doordat de werkelijkheid bestaat uit potentiele energie, een enorm flexibel materiaal dat zich in beginsel in van alles en nog wat kan transformeren: van warmte in beweging, van beweging in materie, van materie in vormloze energie. Dat betekent mogelijk ook de potentie onze signalen op te vangen en de potentie die goed te verwerken. Dus als iemand wordt ziek en als jij dan een signaal afgeeft van het type “genees mij” dan kan dat signaal afketsen tegen een werkelijkheid waar geen God bestaat, of waarvan de verwerking luiden “ik ben toch zeker je bediende niet”; en gebeurt er niets; de zieke persoon kan zelfs overlijden. Maar als er een signaal komt van jouw kant van het type “waarom moet dit”, dan kan het betekenen dat, als er geen rechtvaardigingsgrond voor bestaat, dit signaal niet zomaar afketst, maar dat het leidt tot een ander verwerkingsproces; het kan niet verwerkt worden; en dus moet dan maar deze “ziekte” uit iemands leven wordt gefilterd; moet daar potentiele energie voor aangewend worden; anders is de werkelijkheid niet in lijn met jouw positie.
Een extra interessant aspect hierbij is “balans”; dit gebruikt de schrijver ook vaak. Dat is interessant, omdat je in het bovenstaande voorbeeld een balans ziet tussen intelligente vragen stellen, en gezond blijven.
Als je alles maar gewoon accepteert, dan zou het wel eens kunnen zijn dat je het onheil over je afroept; of tenminste in de risicosfeer zit waar de klappen vallen, en dan is het alleen nog maar een kwestie van mazzel of die jou treffen of niet; in die risicosfeer bestaat toeval dan juist wel.
Nu is er iets boeiends, en ik weet niet hoe dat nu weer zit. Maar ik had het hierboven over andere schrijvers. Die zijn wel vaak bij het punt gekomen dat ze meer op gevoel wilden gaan doen, maar dan ontstond er een soort “instant blokkade”.
Een bekend voorbeeld is de schrijver Dostoyevski, in Misdaad en Straf. Dat gaat over een jonge student, Rodion, die rijkdom oneerlijk verdeeld vindt in de wereld en dan een rijke oude vrouw gaat vermoorden. Hij weet dat allemaal prima rationeel uit te leggen, maar het zit hem toch dwars; hij loopt helemaal vast, en besluit, eenmaal in de gevangenis, dat het toch maar beter is de dingen wat meer op gevoel te doen. Dat zegt hij op de een-na-laatste pagina van het boek, en daarop eindigt het direct.
Zoiets geks zag ik ook bij de Britse schrijver Michel Faber, The Book of Strange New Things, een science fiction roman waarin iemand afreist naar een verre planeet om onder de aliens het Evangelie te verkondigen.
De aliens zijn er erg blij mee, maar de hoofdpersoon vindt er geen innerlijke voldoening meer uit, en “besluit voortaan dingen ook maar meer op het gevoel te doen”. Prompt eindigt het boek, en in de review staat dat de schrijver ook helemaal geen zin meer heeft in schrijven.
Het lijkt erop dat er daarom niet zoiets bestaat als “negatieve theologie”; schrijvers als deze zijn allemaal vlak voor de finish afgehaakt. Ze hadden er iets leuks van kunnen maken, maar nee, gestopt en geflopt.
Dat is nog wel een interessante vraag op zichzelf: hoe kan dit nu weer? Zo moeilijk is het maken van negatieve theologie namelijk helemaal niet. Mensen mogen dat best afwijzen, maar je kan het tenminste als hypothese poneren; maar zelfs dat is mensen niet gelukt. De leer van karma komt er nog het dichtst bij in de buurt, maar daar zit geen wetenschappelijke methode onder, dat is meer een “trial and error” versie van negatieve theologie.
Dus waarom liggen mensen onder een steen en hebben ze zoiets niet gemaakt, op zijn minst als mogelijke theorie, en zelfs intelligente personen als Dostoyevski of Nietzsche niet.
Mogelijk dat het idee dat ik er religie van maak, mee te maken heeft. In principe vraag je, als je dingen op gevoel gaat doen, om een open minded perspectief. Maar zie dat maar eens vol te houden; zeker in een wereld als de onze.
Het zou wel eens niet kunnen lukken, dat dit de verklaring is. Deze mensen hadden zo’n innerlijke afkeer van religie ontwikkeld, zoals Nietzsche, of zo’n voorgebakken religie meegekregen in de jeugd, zoals Dostoyevski, dat ze dat als religie opvatten, en er in hun denken geen plaats meer was voor een andere vorm als “negatieve theologie”. Misschien dat Dostoyevski even een ontelbare seconde heeft gedacht: ja, is dat even een goed idee! Om echter het volgende moment maar weer te denken: nee, gaat toch niet lukken. Tenzij je er echt een theologie van maakt; dan heeft het een stevig raamwerk.
Figuur: zie hieronder. Ik had er ook dit schema bij gemaakt, ontleed aan Genesis en Johannes, maar dan veel meer een “fun” versie: zet natuur links onder Activa en mensen rechts onder Passiva; als jouw denken onder Passiva ok is, dan is de uitkomst van fysische processen in jouw leven onder Activa ook ok
Zoals minder vaak ziek minder kans op voortijdig overlijden minder drop out, minder vaak blauwtje lopen, voor de ladies minder bevallingspijn; en voor wereldleiders minder ruzie met de buren