Mindfulness; praktisch deel


In het vorig deel schreef ik over mindfulness; eigenlijk tegen religie in. In religie leren ze mindlessness; er is een God die snel boos wordt, als je mindful doet. Als je een appel van een boom plukt om dat even goed te bekijken, ontploft God.

En vragen stellen is er ook niet bij. Als bijvoorbeeld Nicodemus komt bij Jezus met een vraag, krijgt hij een antwoord van het type: weet ik veel, weet je dat zelf niet, donder op typhuslijder, en als je nog een keer vraagt kanker ik je in de hel.

Ik liep een tijdje mee met een kerk, maar dat gaat niet; voor hoogbegaafdheid is in kerken geen plaats, vanwege deze houding van kop houden. In de Islam is het nog strenger.

Er komen veel mensen uit vooral Islamitische landen naar het Westen, en vaak studenten, want die worden van deze houding helemaal knetter. Vaak hoor je van hen dat ze op school in de clinch raakten met de juf of meester, want je mag geen vragen stellen.


Maar als je dan in het Westen in seculiere kringen komt, kan je ook goed vastlopen, want daar hebben ze ook geen mindful klimaat.

Daa hebben ze het naturalisme, en dat is een potje deprimerend niet normaal. In het naturalisme, als je daar denkt een goed idee te hebben, zeggen ze: nou nou, dat weten we niet hoor. Als je het herhaalt, zeggen: nou, misschien is het complexer dan je denkt. Het is altijd complexer.

En als je hier vragen stelt, dan mag het maximaal gaan over hoe laat de trein naar Haarlem vertrekt, en vooral niet over levensvragen, want dan krijg je als reactie: ach, laat die vraag toch zitten, daar komen we nooit achter.


Dus die leren ook mindlessness. Daar hou ik niet van, mindlessness, bah wat saai. Dat is tijdsverspilling. Maar met name voor hoogbegaafden is het ook niet vol te houden. Die houden van snelle, eenvoudige, en compacte antwoorden en niet dat strenge gedoe van “mag niet” of het eindeloze gezever van “kan niet”: het leven hoort gewoon simpel in elkaar te zitten.

Ik wil daarom voor mensen in de toekomst mijn eigen school voor mindfulness openen. Als het kan de Buenos Aires School of Mindfulness (met het Spaans wordt het vast niks, dus moeten ze maar Engels leren).

Maar niet zo’n tante tuttebel school die eruit bestaat dat je eerst naar de duurste meubelzaak moet voor allerhande duur spul, waar ze kijken of je wel de juiste kleding aan hebt, en waar het er uiteindelijk alleen omgaat om ergens bij te horen, en ik uiteindelijk de yuppen eruit moet slaan.

In Amsterdam had je ooit zo’n school, er kwamen alleen maar klaplopers op af. Ik wil intellectualiteit toevoegen; hieronder wil ik een praktisch deel schrijven. Eens kijken wat ik voor oefeningen zou kunnen bedenken. Misschien een paar flinke pittige aan het begin om de klaplopers erbuiten te houden.



1 Neem een filosoof en vat in een zin samen wat hij bedoelt

Mindfulness is erop gericht wat mensen niet zeggen. Wat je namelijk rond je ziet, dat zie je sowieso al; je moet juist extra dingen zien, de dingen die op het eerste gezicht niet opvallen.

Zoals dat filosofen eigenlijk maar een enkel idee hebben; ze schrijven misschien duizenden pagina’s vol, maar ze hebben maar een enkel idee, dat ze steeds herhalen.


Ik geef je een voorbeeld van Nietzsche. Je hoeft hem eigenlijk niet te kennen, lees gewoon zijn Wikipedia pagina en klaar.

Dus ik kan jullie als opdracht geven: lees van Nietzsche zijn Wikipedia pagina en kijk welk ene idee steeds naar boven komt drijven, en kom volgende week terug.

Als je dan volgende week terug komt, zou je bij Nietzsche kunnen denken aan de kernidee: onheil is goed, want daar word je hard van; hoe meer hoe beter; die man is alsmaar aan herhalen hoe je hard moet worden door portie ellende en ondervinding.


2 Bedenk een locatie waar die theorie niet geldig is

Dat kan, er zijn misschien wel verschillende plekken, ik zou bijvoorbeeld kunnen denken aan een kleuterklas, dat moet je je eens voorstellen.

Let op: Nietzsche was nooit in een kleuterklas, maar dit is juist mindfulness: hoppakkee met die hersencellen, laat die eens werken, haal je je eens voor de geest wat er zou gebeuren als je Nietzsche met dit verhaal voor kleuters zou plaatsen: kleintjes we gaan jullie hard maken!! We gaan jullie met de zweep slaan! Zo praat Nietzsche. Allemaal brullen natuurlijk, die arme kleintjes.

Of een ziekenhuis. Dat moet Nietzsche eens proberen, deze theorie aan zieke mensen te verkopen, misschien kruipen ze ondanks hun gebroken ledematen uit hun bedden om hem te lynchen.

Mindfulness is bedoeld om humor te hebben: dit is gewoon een grappig plaatje, kunnen de zieke mensen ook eens een lolletje hebben.


En dan nog even doordenken; wat zie je nog meer, wat op het eerste gezicht misschien niet opvalt. Wat hier gebeurt is dat je binnen een paar seconden al twee voorbeelden hebt van plaatsen waar de leer van Nietzsche niet geld: dat is opvallend, wees daar mindful van.

En valt niet te snel in de val dat er maar twee, drie of vier plekken zouden zijn waar deze theorie niet geldig is; misschien zou je kunnen zeggen: deze theorie is nergens geldig: wie zit er nu op onheil te wachten, en in ieder geval niet in de mate hoe meer hoe beter.


3 Bedenk wat mensen niet schrijven, als ze een boektitel verzinnen

Moet je kijken hoe krachtig mindfulness is; het is net een storm. Ik weet niet hoeveel boeken en artikelen er over Nietzsche zijn geschreven, maar je blaast hem zo omver.

Nu zou je kunnen denken: nu gaat het wel heel erg over Niezsche en dat is ingewikkeld. Maar je zou ook de vraag kunnen stellen: bedenk een object waar je Nietzsche’s theorie mee zou kunnen vergelijken. Kom volgende week terug en noem mij er een.

Je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan paddestoelen. We hebben immers bij Nietzsche te maken met intellectueel gezwam. En paddestoelen zijn zwammen.


Misschien denk je: flauw, zo’n vergelijking. Maar het is wel geinig; want deze vergelijking ontneemt aan Nietzsche zijn glans, want voor een filosoof is zwammen een intellectuele doodzonde, maar voor paddestoelen is het wel goed om een zwam te zijn, sterker nog, dat is hun hoofdtaak

Hierdoor kan jij de natuurlijke werkelijkheid anders ervaren; het geeft paddestoelen als het ware een bepaalde extra glans; alsof ze trots uitstralen


4 Nu iets met boektitels.

Ik noem als voorbeeld Heidegger, van het boek Zijn en Tijd. Je hoeft Heidegger helemaal niet te kennen; in dit geval zou je zelfs studie naar Wikipedia kunnen afwachten, en alleen naar de titel kijken: wat ontbreekt daar? Je zou kunnen zeggen: ruimte. Waarom schrijft die alleen over tijd?

Daarna zou ik wel Wikipedia aanraden: zoek op Wikipedia een kernzin waar dit terugkomt in zijn theorie.

Je zou kunnen uitkomen bij zijn theorie over Zijn-ten-dode. Hij is continu op de klok aan het kijken of vadertje dood er al aan komt.

Maar net als bij Nietzsche, let ook op wat je niet ziet: valt niet te snel in de val dat het leven maar een enkel einde heeft namelijk in de dood

Deze man schrijft immers niet over ruimte, en wat betekent dat met betrekking tot de dood: hij denkt uberhaupt niet dat er ruimte is voor uitzonderingen.


5 Maak het niet te makkelijk

Misschien dat u denkt: halleluja wat ingewikkeld, waarom beginnen we niet met wat makkelijke oefeningen, dat is toch normaal. Waarom gaan we niet in een kring zitten en onze ademhaling oefenen.

Bedenk dan wat je niet ziet: ademhalen doen we sowieso al; het is hier de bedoeling om niet dingen te leren die we toch al doen, wat is daar mindful aan?


6 Maak het niet te moeilijk

Misschien dat u denkt: ja ja, maar vermoeiend is dit wel zeg! Allemaal moeilijke mensen en die ken ik eigenlijk niet, het is mij te ingewikkeld.

Pak die zin echter terug; wat zei ik nu hierboven: dat de werkelijkheid complex is, is een naturalistische levenshouding; u zit kennelijk nog in de naturalistische school; u heeft zeker een aantal jaren op een school gewerkt waar ze u helemaal murw hebben gebeukt met zeggen dat dingen complex zijn; of bij een gemeente waar ze u eindeloos hebben verveeld met ingewikkelde formuleren voor dingen die eenvoudig zijn.

Hoeveel kan dat makkelijker: w hebben nu toch al geleerd dat Nietzsche maar een kernidee heeft en dat dit dommer is dan paddenstoelen; dan kunnen we daar toch gewoon mee doorgaan.


7 Ander soort oefeningen

Maar het is inderdaad niet nodig teveel in boeken te blijven hangen. Zo kunnen we bijvoorbeeld weer objecten gaan zoeken; ook altijd leuk en misschien wat anders dan paddenstoelen.

Je kan bijvoorbeeld bedenken: vind een object dat even hard is als de houding van God tegenover Adam en Eva.

Dan kan je bijvoorbeeld denken aan een steen; die is ook knetterhard en weet niet van wijken.


Dan ben je er nog niet, want misschien voel je dan aan, dat dit stenen een bijzondere dimensie geeft; ze beginnen te glanzen alsof ze niet van steen zijn, maar van goud.

Ze krijgen een glans van goedheid; want bij God is zo’n harde houding fout, en die verliest daarmee zijn heiligheid. Maar voor stenen is het goed om hard te zijn, want ze helpen om over te lopen, ze geven de muren van je huis stevigheid; je ontdekt dat het dragers van goedheid zijn.


8 Of bedenk: wie geeft er ook geen antwoord op vragen, net zomin als Jezus

Stel vast dat je hierdoor ontloopt aan een religieuze of naturalistische grondslag van het bestaan; want enerzijds stel je vast dat God zijn glans verliest; dat is een beetje vervelend, als je daarin hebt geloofd, dan verlies je misschien je oude vriend. Maar anderzijds zijn stenen ook niet zomaar normale stenen, dat zijn nu ineens dragers van goedheid, ze stralen goedheid uit als een radiator.

Nog even zo’n test, dus op de vraag: bedenk wie er ook geen antwoorden geeft op vragen, net zomin als Jezus.

Daar kan je ook verschillende dingen bij bedenken. Je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan bomen. Je kan net zo goed aan bomen vragen of je wedergeboren kan worden, als aan Jezus: antwoord komt er toch niet.


Maar ook hier krijg je een bijzondere transformatie; en misschien dat u hem al voelt aankomen, dat dit bomen een bijzondere dimensie geeft: ze beginnen wijsheid uit te stralen.

Want bij Jezus is zo’n houding fout, die hoort netjes antwoord te geven, waarom dat wel kan, wedergeboorte; maar hij gaat eerst het antwoord afraffelen met dat veel te korte, bitse “door water en Geest”, en dan een emotionele rant afsteken tegen de arme Nicodemus als die de vraag herhaalt: dat hoort niet, dat is onintelligent.

Maar bij bomen hoef je dat niet te verwachten, dat ze antwoord geven: die praten natuurlijk niet.

Maar, en dat is frappant, ze zeggen ook geen nee; en dat is wel intelligent. Het is intelligent om dingen die zo ingewikkeld zijn, als de vraag naar wedergeboorte, niet zomaar van tevoren uit te sluiten: slim!

Dus bomen zijn intelligenter dan Jezus, en dat is grappig. Het straalt in positieve zin af op bomen, Jezus verliest ineens zijn air van wijsheid, ik schreef in het vorige artikel: kijk maar eens hoeveel verstand hij onder zijn hoed heeft zitten (het meisje van het plaatje bij deze tekst): nul.

Maar bomen, die krijgen ineens een air van wijsheid; ze veranderen van de normale natuurlijke dingen, in dragers van geestelijke waarde; en het geritsel, wordt als een prettig druk gaand gesprek in de boomkruinen, in plaats van de ijzige stilte die ontstaat als mensen hun vragen tot de hemel richten.

9 Parkeergarage problemen

Dit waren een paar pittige opdrachten. Je kan het ook afwisselen met heel simpele. Misschien heb ik door de moeilijke items de neppers uit de mand laten vallen, en dan kan je nu het makkelijker maken.

Je zou kunnen zeggen: hey even, die vorige opdrachten waren ridicuul moeilijk; nou dan, dan maak ik er nu een paar ridicuul makkelijk.

Misschien kan ik namelijk de opdracht meegeven: kijk in je directe omgeving of je iets ziet wat lijkt op mindfulness of mindlessness en het moet echt iets simpels zijn.

Misschien dat iemand dan terugkomt met een verhaal over inparkeren met de auto. Als je de traditionele mindfulness methode zou gebruiken, zouden ze misschien zeggen: dat moet je zorgvuldig doen.

Je kan ook het beste achterwaarts inparkeren, met het oog op als je weer moet wegrijden, daar kan je dan alvast vooraf rekening mee houden!

Bij de echte mindfulness ga je echter uit van oplossingen die je nu nog niet kan zien. Je kan de auto dus gewoon voorwaarts in het vak “pleuren” en hoeft vooral niet te netjes, hoe je eruit komt, dat komt we later vast vanzelf wel.


10 Parkeergarage problemen

Je kan ook een andere situatie bedenken, ook iets wat ik vandaag zag. Er was in de parkeergarage een echtpaar die de auto had geparkeerd en de uitgang zocht. Ze bevonden zich in een staat van radeloze verwarring.

Ze liepen de verkeerde kant op, vragend: denk jij dat hier de uitgang is, ja ik denk het wel. Terwijl er een bordje hing: uitgang die kant op. Dat was een fraai voorbeeld van mindlessness.

Bij de echte mindfulness ga je uit van oplossingen die jij niet kan zien. Dus jij kan de uitgang niet zien.

Maar het bordje wijst wel naar de uitgang. Dus je gaat letten of er bordjes hangen. Bovendien; mindfulness gaat uit van de positiviteit.

Dus je gaat ervan uit dat er wel een oplossing komt voor het weer kunnen wegrijden, maar ook dat mensen aardig zijn; dus als jij in een parkeergarage bent, dat mensen misschien wel bordjes opgehangen hebben, en meer in algemene zin: dat je niet aan de elementen bent overgeleverd.





Next
Next

Mindfulness; theoretisch deel