Dogmatiek voor beginners


Dogmatiek voor beginners

Dogmatiek betekent: nadenken over de inhoud van het geloof. In de dogmatiek wordt er nagedacht over verschillende zaken, zoals over wie God is

Dat is gelijk al interessant: het geloof in God is namelijk niet “zomaar toeval”. Dat kan je al merken, omdat het overal voorkomt: maar het “klopt ook” met onze werkelijkheid.

Kijk naar de dimensies van onze werkelijkheid: dat zijn er vier, drie ruimtedimensies 1D lengte, 2D hoogte en 3D diepte en 4D een tijddimensie.

God staat hier voor de factor “diepte”: altijd als jij in de put zit, zal je God zien. Moet je namelijk dit zien.


Je krijgt het mee voordat je erover gaat nadenken
De meesten die geloven hebben al heel wat van geloof meegekregen voordat zij erover gaan nadenken; zij krijgen dat van huis uit, maar ik niet want ik kom uit seculier milieu. Hier deden we er niets aan.

Maar je kan er toch zomaar mee te maken krijgen. Dat je God kan ontmoeten heb ik tijdens mijn leven meerdere keren meegemaakt en begon vroeg. De eerste keer was toen ik vijf was en mijn vader plotseling overleed. Dat gebeurde zomaar op een zaterdagmiddag 15.45 uur, onderweg naar de winkel. Hij overleed achter het stuur en ik zat achterin in de auto.

De auto eindigde vreemd genoeg op een parkeerhaven: wat een mazzel, dat had wel anders kunnen zijn.

Maar hij was in ieder geval echt overleden. Ik keek naar hem en het zag er akelig uit. Je kon in zijn ogen kijken, die staan open bij een overledene, en dat zegt genoeg.

Alleen wat gebeurt er dan: ik keek naar buiten uit het autoraampje en zag daar ineens een man staan; beetje Godfather achtige figuur, nette man, nette kleding, hoed, en een heel scherpe blik waarmee hij mij aankeek. Dat is raar: wat is dat nu? Ik zei eerst: hey, kan je je handen niet uit je mouwen steken, kan je niet zien dat we hier hulp nodig hebben. Maar in tweede instantie leek me dat niet handig: zo’n eng iemand, die kon zomaar iets met de dood van mijn vader te maken hebben, en dadelijk ga ik er ook nog aan. Ik was bang dat hij mij zou ontvoeren en zei: het is mijn tijd nog niet!


De tweede keer was op de universiteit. Ik had nagedacht over een filosofisch vraagstuk, namelijk “is de waarheid kenbaar”. Men leerde over Immanuel Kant, die zegt “nee, fundamenteel onkenbaar, want wij kunnen het niet vinden”. Ik vond dat een dom antwoord: het is weliswaar niet makkelijk te vinden, maar de waarheid “kan ook naar je toe komen”: had die dure meneer daar wel aan gedacht? Nee dus, dat kon hij niet eens verzinnen: wat een domkop. Die man leek geen enkele diepgang te hebben: hij wauwelde maar een beetje “voor de vuist weg”, en had een erg slaperige blik.

In de avond voelde ik mij beroerd: zijn mensen wel “echt”? Hebben ze wel bewustzijn? Ik kreeg toen een lucide droom van Jezus, die door het raamp klom. Ik dacht: kom mij maar halen dan, waarbij ik in tweede instantie, voor de zekerheid, aan toevoegde: als u iets te bieden heeft. Maar hij zei: het is jouw tijd nog niet!


De eigen visie op geloof
In de dogmatiek gaat het vaak om wat je zelf gelooft. Maar dat interesseert mij niet: je kan zeggen dat deze gebeurtenissen geloofservaringen zijn; je kan zeggen dat het hallucinaties zijn van een overspannen geest: wie wint er iets bij, bij zulke verklaringen.

Je kan ook nog iets anders doen: parkeren. Gewoon niets mee doen, en kijken of je later misschien wel een lichtje opgaat; misschien “gaat dat automatisch een keer”. Dus heb ik deze ervaringen jarenlang “geparkeerd”: gewoon niets mee doen. Ik kom uit seculier milieu, dus daar doen wij ook niets met dit soort ervaringen: who cares, leven en laten leven.

Dat is wel handig, want dat is precies datgene wat ik op de universiteit had bedacht: de waarheid kan ook naar je toekomen. Jaren later ging ik nog eens mij interesseren voor “de waarheid rond het leven” en dan kan je je een beetje gaan verdiepen in die materie, je ziet hoe het Evangelie in elkaar zit, en dan zie je dat de ervaringen van vroeger overeenkomen met de vier dimensies van ons bestaan

Figuur onder: dit is de structuur van Bijbelteksten. Wat opvalt is dat onderdeel 2D bestaat uit bijzondere genade, zoals in: de auto met mijn vader had wel kunnen crashen, wat een genade dat dit niet gebeurd is.

Maar onderdeel 3D dan: dat kan je ook een vorm van bijzondere genade noemen. Het beeld van de man verhinderde dat ik emotionele pijn moest lijden. Want mijn vader was zomaar overleden, en dat kan je volledig gaan overheersen, dat kan je een levenslang trauma opleveren; maar dan verschijnt er een beeld van een “andere vader” en die neemt dat over, die neemt de pijn weg en vervangt het door nieuwsgierigheid.

Dit is interessant. Er is nog iets anders interessant. Wat mij de laatste tijd opvalt is het volslagen gebrek aan diepgang bij andere mensen. Zelfs vandaag. Ik heb namelijk een artikel gelezen van iemand op Twitter, en dat heet “Dogmatiek voor beginners”. Hij publiceerde zonet hoofdstuk 1. De titels in dit stukje van mij hierboven zijn afgeleid van die van hem.

Het opmerkelijke: de diepgang van zijn artikel is nagenoeg nihil. Hij schrijft in de trant “de een gelooft wel, de ander niet”, “de een al vanaf jongere, de andere vanaf oudere leeftijd”. Het is puur beschrijvend, en nul analytisch. Dat ergert mij zo, dat ik er onmiddelijk een variant op moet maken die wel diepgang heeft. Dat is dezelfde reactie als bij mijn vader: dat hij dood is, dat kan zomaar niet! Dus krijg je een andere vader. En nu ook: zo’n slechte tekst, dat kan niet! Foei!!! Ik maak wel even een betere!!

Dat doe ik met alles, eigenlijk met alle boeken. Zo schrijft Augustinus: “mijn moeder is de beste van allemaal want die huilt het hardst van alle moeders om haar kind”. Dan zeg ik: dat betekent helemaal niet dat zij goed is, het betekent dat zij een dramaqueen is, oen. Hoppakkee en door naar de volgende. Nietzsche schrijft: “ellende is goed want dat maakt je hard”. Dan denk ik: nee nee, dat beschadigt je, kluns. En inderdaad, Nietzsche ervaarde de nodige ellende en stortte in. Mohammed zegt: een hoofddoek dragen moet! Dan denk ik: nee nee, jij komt uit de woestijn, daar is het handig tegen de brandende zon, maar kan jij als “profeet” niet voorzien dat dit in koude landen niet nodig is, oen?

Nu is er iets interessants, en dat is hetzelfde als bij de ervaring met mijn vader: het Evangelie is het enige boek dat niet verbeterd hoeft te worden, althans, als ik dat ga “verbeteren” dan ga ik het verdiepen: ik ga de schema’s eruit halen, ik ga eruit halen hoe deze teksten inhoudelijk in elkaar zitten. Boeken van Augustinus, Nietzsche, Kant, Heidegger, gaan bij mij weg: daar kan je niets mee, oppervlakkig, maar met het Evangelie kan je eindeloos vooruit.

Dat plaatst mij in een wat andere positie dan andere mensen, en je kan je afvragen: wat is dit? Wat is jouw identiteit? Ik weet wat het is, maar ik heb bedacht dat ik dat geheim hou; dat hou ik voor mijzelf.

Maar wat ik wel wil meegeven, is dat de ervaring die ik hierboven beschrijf als “bijzondere genade” ook van toepassing is uit mensen uit mijn kennissenkring. Zo heb ik een ander voorbeeld van mijn ex-vrouw die ernstig ziek werd, kanker, en de artsen zeiden: te laat ontdekt, we kunnen u niet meer helpen. Dat is trouwens de schuld van de huisarts, die had haar eindeloos aan het lijntje gehouden (“ach, heb je weer zo’n jonge vrouw, die zeuren altijd over kwaaltjes”, “zeurwijf”).

Het probleem: als deze diagnose komt, dan “ketst die af” op mij, en de arts merkte dat. Die ging de diagnose nog eens doorlichten, en na half uur belden ze dat ze zich hadden vergist, diagnose was fout, ze konden haar toch helpen. Dat is in feite hetzelfde: eerste diagnose slecht? Kan haar niet helpen?? Forget it, dat moet beter kunnen!!

Dat is interessant voor mensen die ook bijzondere genade willen ervaren: zelf gaan jullie dat nooit vinden. Als je dat probeert, ook al ben je nog zo hoog opgeleid, als Augustinus, Nietzsche, Kant of Heidegger: dat gaat niet gebeuren. Behalve als je “bij mij of bij mijn theorie in de buurt blijft”

Next
Next

Ordo Salutis